Een prei die een touwtrekwedstrijd arbitreert tussen een ploeg witte en Chinese kolen. Je moet toch al heel wat paddo's gegeten hebben om op dit surrealistisch idee te komen. Artistieke uitwerking is top.
Dit is een van mijn favorieten. Een poesje dat een stomende pot soep opent. Het lijkt geen klassieke spraycan-techniek te zijn. De dynamiek in de damp is zo oosters. Ik moet zelfs even denken aan de tsunami van Hokusai.
Mijn timing is bijna perfect: iets voor 9 kom ik aan bij de fietsenwinkel. Ik zie dat het rolluik nog half gesloten is. Ik wacht even af tot klokslag negen, maar er komt letterlijk geen beweging in de zaak. Ik kruip onder het luik door en roep ‘hellooo’. Een dame in pijama geeft me vanuit de verte een knik en doet teken naar haar man om me te komen helpen. Dankzij mijn vertaal-app kan ik hem diets maken dat ik een gebroken spaak heb. Hij knikt en roept zijn zoon, die blijkbaar nog maar net wakker is (of nog lag te slapen) en zich eerst nog even moet opfrissen. Ondertussen klapt de vriendelijke oude man een vouwstoel voor me open en bied me een flesje water aan. Zoonlief komt nog een beetje slaapdronken de winkel ingestapt, maar begint onmiddellijk aan mijn fiets te werken. Terwijl ik met de oude man een babbeltje doe via mijn vertaal-app fietst er een oud schriel mannetje voorbij, helemaal gehuld in lycra, zittend op een mountain bike met twee achteruitkijkspiegels op het stuur. Mijn conversatiepartner maakt met een gulle lach een stopgebaar – ze kennen elkaar. Het oude mannetje zwaait hartelijk terug met een lach waarin enkele tanden ontbreken. Hij krijgt ook een vouwstoel en watertje aangeboden. Vertaalappsgewijs begin ik ook met hem een gesprek. Wanneer ik vertel dat ik plan noordwaarts te rijden naar Nakhon Phanom lacht hij en zegt hij dat hij me het eerste eindje zal gidsen. Dat vind ik heel sympathiek en ik neem zijn aanbod aan. Ondertussen is de spaak snel en perfect gemaakt voor het beschamend laag bedrag van 150 bath (4 euro). Ik rond het af naar 200 bath. Na een groepsfoto vertrekken we en ik volg gedwee de oude local. Hij neemt exact dezelfde route als wat ik van tevoren had uitgestippeld. Ik geniet nog eens van het zicht op de Mekong alvorens de baan weer landinwaarts gaat. Ik besef dat ik bij het accepteren van het aanbod van mijn nieuwe gids geen rekening had gehouden met zijn kruissnelheid. Die bedraagt een vlotte 14 km/u (terwijl de mijne normaal ongeveer het dubbele is). Zo zal ik natuurlijk nooit Nakhon Phanom bij daglicht halen. Ik blijf hem nog een hele tijd volgen, maar begin ondertussen toch diplomatische manieren te bedenken om hem te bedanken voor het gidswerk. Alsof hij mijn gedachten kan gelezen stopt hij plots met een brede glimlach en zegt dat hij nu naar huis zal rijden. Hij nodigt me nog uit naar zijn huis, wat ik zeer apprecieer maar toch beleefd afsla. De roep naar Nakhon Phanom is sterker. Het is ondertussen tegen elven en ik heb nog meer dan 100 kilometer te gaan. Wat volgt is een lekkere race noordwaarts met enkel een korte fotostop halverwege bij het lokaal hooggewaardeerd heiligdom Wat Phra That Phanom en bij de Mekongoevers in That Phanom. Tegen vier bereik ik mijn einddoel, Nakhon Phanom, waar ik een mooi huisje boek bij Siri House.
Blue baby bij de dokter.
Een trage start langs de boardwalk (mijn gids met rood rugzakje rijdt voor me)
Wat Phra That Phanom - een van de belangrijkste heiligdommen in Thailand.
Een boot manouvreert in een zijarm van de Mekong. Even later meert hij aan aan het zand-eiland in de rivier.
Een merkwaardig beeld - het lijkt op een ouroboros, maar die komt uit de Egyptische en Europese cultuur.
Langs de Mekongoevers worden de kandidaten voor de volgende touwtrekwedstrijd gegroeid.
Ik vond Mukdahan een heel leuk stadje (beetje laid-back, goeie vibe) en bij Nakhon Phanom heb ik dat zelfs nog meer. De boardwalk langs de Mekong nodigt uit tot een heel relaxte avondwandeling – ik passeer het rad, het grote zevenkoppige Naga-standbeeld (de echte landmark van de stad), en vele indrukwekkende tempels. Ik heb geluk want nabij de Naga is er een offerfeest aan de gang met een traditioneel danskoppel, gekleed in geel-gouden geornamenteerde kostuums. Ze dansen vloeiend, zacht-ritmisch op de Thaise traditionele muziek, met fluwelen danspasjes, achterwaarts gestrekte vingers en een brede glimlach. Betoverend. Hun publiek bestaat (behalve ik) enkel uit Thai.