De Strijd tegen het Water. Herfstfietstocht Haarlem - Assen

Wat een luxe: ik bleek nog een klein stuwmeertje aan vakantiedagen te hebben. Door zuinigheid en coronatoestanden had ik minder vakantie opgenomen dan normaal. Dus wat kon ik beter doen dan begin oktober, vóór de herfstvakantie begint, nog even een weekje op de fiets door te brengen?
Nu was ik laatst een stukje opgereden met een andere fietser die stelde dat het, tegen mijn vooroordeel in, ook in de Flevopolder alleraardigst fietsen is. Dus dat moet je dan gewoon een keer proberen. De geplande route leidt Van Haarlem, via Naarden, door de Flevopolder naar Kampen, en dan door Overijssel en Drenthe naar Assen. Ik volg hoofdzakelijk knooppuntenroutes en overnacht op NTKC kampeerterreintjes.
Vanaf twee weken vantevoren zat ik op de 14-daagse weersverwachting naar het weer te loeren. Aanvankelijk leek het wel aardig te worden. Wat zon, af en toe een buitje. Naarmate de vertrekdatum dichterbij kwam werd de voorspelling steeds rampzaliger: elke dag regen. En ik ben nota bene een mooiweerfietser. Kou vind ik niet erg, maar regen wel. Nu weet ik ook wel dat de soep doorgaans minder heet gegeten dan hij opgediend wordt. Ook op regendagen is het per saldo meer droog dan regen…..meestal.

Dag 1: Zondag 4 oktober, Haarlem – Huizen, 63km
Om een uur of tien ’s ochtends vertrek ik van huis. Het druppelt en de lucht is dreigend. Voor de zekerheid heb ik mijn regenjas en regenbroek alvast maar aangetrokken.

Afbeelding
Het traject tussen Haarlem en Amsterdam heb ik al talloze malen gefietst. Het is één van de vaste uitvalsroutes vanuit Haarlem, waar je altijd om Schiphol heen moet. Veel mensen houden niet van fietsen in de Randstad. Dat ben ik niet helemaal met ze eens. OK, het is wat meer gezoek naar leuke en rustige fietsroutes. Maar voor wie er oog voor heeft valt er ontzettend veel te zien en te genieten. Het traject Haarlem - Amsterdam begint met het kaarsrechte traject langs de spoorweg naar Halfweg. Klinkt saai, maar ik realiseer me dan altijd dat dit de oudste spoorlijn van Nederland is, geopend in 1839. En dit traject heeft meer eerste prijzen gewonnen. Parallel aan de spoorlijn licht namelijk de oude trekvaart die in de 17e eeuw onderdeel uitmaakte van het eerste openbaar vervoersysteem ter wereld. Met de trekschuit kon je toen heel de huidige randstad rondreizen: Amsterdam, Haarlem, Leiden, Den Haag, Delft, Rotterdam, Gouda, Woerden, Utrecht, Amsterdam. Onder de grond loopt nog steeds de eerste interlokale waterleiding, die vanuit de duinen de stad Amsterdam van schoon drinkwater voorziet (1853), en daarmee een einde maakte aan cholera en andere besmettelijke ziekten die zich verspreiden door besmet drinkwater. En langs het spoor hing aan metershoge palen de eerste interlokale telefoonlijn van Nederland (1888).

Afbeelding
Halverwege Halfweg vind je rare weggetjes, loze hekken, lege erven en verdwaalde bomen. Hier stond tot voor tien jaar het gehucht Vinkebrug. Door de aanleg van de Polderbaan van Schiphol moesten de woningen en boerderijen uit veiligheids- en gezondheidsoverwegingen verdwijnen, vooral toen in 2009 een neerstortend toestel van Turkish Airlines het dorpje op een haar na miste. De voormalige bewoners moesten jaren wachten op een behoorlijke uitkoopregeling en schadevergoeding.

Afbeelding
Maar goed, de gedwongen evacuatie van Vinkebrug is ook weer niet zo raar als je ziet wat hier om de paar minuten laag over komt.

Afbeelding
Iets verderop ligt, vermomd als natuurgebied, een van de verdedigingswerken van de Linie van Krayenhof. Deze linie, aangelegd in 1806, was een primitieve voorganger van de Stelling van Amsterdam. De linie bestond uit eenvoudige aarden verdedigingswerken op de toegangswegen naar Amsterdam. Het tussenliggende land kon onder water gezet worden. Op dit verdedigingswerk bevinden zich nog drie betonnen beddingen met metalen affuiten. Deze zijn in 1939 geplaatst en waren bedoeld voor een batterij zwaar luchtafweergeschut om Amsterdam te beschermen tegen bombardementen. Voor de kanonnen geplaatst konden worden brak de oorlog uit. De affuiten zijn altijd leeg gebleven.

Afbeelding
Vlak voor Halfweg kom je op de Spaarndammerdijk. Dit is de oude zeedijk van het IJ, dat via de Zuiderzee in open verbinding met de Noordzee stond. Zowaar een zeedijk dus, al is inmiddels in de verste verte geen water meer te bekennen. Door inpolderingen ten gunste van de landbouw, het westelijk havengebied en het recreatiegebied Spaarnwoude is het Noordzeekanaal (wat nog over is van het IJ) kilometers verderop komen te liggen.

Afbeelding
Voorbij Halfweg kom je in de Bretten, een groene wig die je tot vlak bij het centrum van Amsterdam brengt, zonder dat je in de gaten hebt dat je in stedelijk gebied fietst. Dat heeft Amsterdam goed gedaan. Er zijn meer van dit soort groene wiggen in de stad, die voor hele goede fietsroutes zorgen. In de Bretten fiets je kilometers lang door nieuwe natuur en tussen aangenaam groene volkstuinparken over prima fietspaden zonder kruisingen, auto’s en verkeerslichten.

Afbeelding
Tot je opeens bij station Sloterdijk op de lelijke kantoor- en bedrijfsgebouwen stuit. Maar ook daar is nog een leuke verassing. Het kleine oude dorpje Sloterdijk ligt hier vrijwel ongeschonden als een anachronistische idylle ingeklemd tussen spoorlijn, snelweg en kantoorkolos. Een van die mooie sporen die laten zien hoe het hier ooit was: een gebied van boeren en vissers. Pas in de jaren ’70 is het dorp opgeslokt door de uitdijende stad.

Afbeelding
Het fietspad leidt via het oude spoortracé naar het Westerpark, en daar houd ik, na 22km, even pauze. Kopje thee en een muffin, en even naar m’n fiets kijken. Dit reisje doe ik in de compacte set-up. Twee oude Ortlieb voortassen van 15 liter elk. Links voor reservekleding, donsjas en overjas, en toilettas. Rechts voor slaapzak, matje, hoofdkussen, tarp en een etuitje met diverse kleine reisbenodigdheden. Op de bagagedrager tent en stoel. In de zadeltas reparatieset, pannen, brander, thermosfles, eten en overige keukenbenodigdheden. In de stuurtas zit alles wat je onderweg nog nodig kunt hebben, waaronder kaarten, zakmes, brillenkoker en een opvouwbaar rugzakje voor de boodschappen. En natuurlijk de coronabenodigdheden: mondkapjes en ontsmettingsgel. Vanwege de slechte weersvoorspelling had ik last minute nog een oude lichtgewicht regenponcho op de zadeltas gebonden. Die komt later nog terug in dit verhaal.

Afbeelding
Nog een plaatje van mijn trotse bezit. En let op: toen ik wegging was hij netjes gepoetst en goed geolied!

Afbeelding
Ik vervolg mijn route nu door het centrum van Amsterdam, via de Haarlemmerstraat voor het Centraal Station langs. Dat gebouw is, samen met het Rijksmuseum, het magnus opus van de architect Pierre Cuypers. Het is altijd leuk om te bedenken dat het station en de spoorlijn op een kunstmatig eiland in het IJ zijn aangelegd. De stad was namelijk al volgebouwd. In de 17e eeuw meerden in het water voor het station de Oostindiëvaarders van de VOC aan.

Afbeelding
Verder in oostelijke richting via de Hoogte Kadijk, een van mijn favoriete straten in Amsterdam. Aan het begin vind je oude 18e eeuwse arbeiderswoningen, daarna oude werkplaatsen en nijverheid, zoals de scheepswerf De Kromhout op de foto en op het einde vroeg 20e eeuwse fabrieksgebouwen. De hele industriële revolutie in één straat.

Afbeelding
Het laatste gebouw van de stad is de voormalige herberg Zeeburg op de kop van de Zeeburgerdijk. Het 18e eeuwse gebouw was tot 1915 herberg, en is daarna nog jarenlang gebruikt als quarantainestation voor zeelieden met gevaarlijke besmettelijke ziekten.

Afbeelding
Vanaf de herberg volg ik de kanaaldijk van het Amsterdam-Rijnkanaal. Deze variant fiets ik niet zo vaak. Waarom ook al weer? Oja, een saai stuk rechtdoor, dan langs de snelweg over het kanaal. Niks aan, totdat je vlak voor Muiden weer de oude Zuiderzeedijk op kunt. Bij Muiden stuit je als eerste op de Westbatterij, een verdedigingswerk uit 1850 van baksteen, dat onderdeel uitmaakt van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Op de achtergrond het Muiderslot, in feite ook een bakstenen toren. Alsof er in 500 jaar geen ontwikkeling in de vestingbouw is geweest. Nog geen twintig jaar na de bouw van de Westbatterij was de technische ontwikkeling van vuurwapens zo vooruit gegaan dat bakstenen torens als deze gemakkelijk in puin geschoten konden worden. De Frans-Duitse oorlog van 1870 toonde dat duidelijk aan. In arremoede hebben ze toen maar de dijk rondom de batterij een paar meter hoger opgetrokken. De schietgaten in de toren waren daarmee waardeloos geworden.

Afbeelding
Vanaf 1870 werden nieuw te bouwen vestingwerken dan ook onder een dikke laag aarde gestopt, zoals hier het Muizenfort in Muiden. Niet alleen waren ze zo minder zichtbaar, de aarde zou ook de explosie van de granaten moeten scoren.

Afbeelding
Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog bleek ook dat een illusie. De Duitse Dikke Bertha´s met een kaliber van maar liefst 42cm schoten de Franse forten zo in puin. De volgende stap was dan ook het bouwen van kleine verspreid geplaatste bunkers van zwaar gewapend beton, zoals deze groepsschuilplaats voor 10 man in Muiderberg uit 1933. Het gewapend beton was veel sterker dan de bakstenen constructies en de kleine bunkers waren goed te camoufleren en moeilijker te raken.

Afbeelding
Ondertussen waait er al de hele tijd een harde zuidenwind, die ik gelukkig vooral van opzij heb. Een uitgelezen kans om te leren zeilen, hebben ze vast gedacht bij de Muidense zeilschool. Behoorlijk kleine kinderen worden hier in hun Piraatjes in het diepe gegooid. Wel vaart achter elk bootje een motorboot met instructeur, voor als er iets mis gaat.

Afbeelding
Na 42km is het bij de Sluis van Muiden tijd voor boterhammetjes. In mijn studententijd fietste ik met mooi weer vaak van Utrecht naar Muiden en weer terug. 90km doorjakkeren langs de Vecht. In Muiden hield ik dan altijd even pauze. Toen stonden er nog geen hekken en kon je op de sluis zitten. Dat was altijd genieten van te dikke Duitsers met kapiteinspet op die in de hectische paniek van de overvolle sluis hun vrouw van voor naar achter over hun te grote schip commandeerden. En om de stress nog te verhogen: ik was niet de enige die daar met leedvermaak naar stond te kijken.
Ondertussen is het al een tijdje stabiel droog en durf ik mijn regenkleding uit te trekken voor ik verder fiets.

Afbeelding
Op de Brink van Muiderberg staat een mooie Wilhelminaboom met het bijbehorende smeedijzeren hekje. Hier kun je goed zien hoe langzaam een eik groeit. Na ruim 120 jaar is hij nog steeds niet heel indrukwekkend. Dit fenomeen was heel populair ten tijde van Wilhelmina. Je komt ze overal tegen, dit soort bomen met hekje. Van Juliana, Beatrix en Willem-Alexander zie je ze veel minder.

Afbeelding
Na Muiderberg kom ik in Naarden waar ik altijd erg van de vesting geniet. Het is de grootste goed bewaard gebleven vesting van Nederland. Ik slalom altijd nog een paar extra lusjes tussen de bastions en lunetten. In 1572 werd de hele bevolking van Naarden door de Spanjaarden uitgemoord. Het was een van de grootste drama’s van de 80-jarige oorlog. Eind 17e eeuw werden de vestingwerken opnieuw en groots aangelegd. In essentie is dat allemaal nog aanwezig, maar in de loop der eeuwen steeds aangepast aan de eisen van de tijd.

Afbeelding
Een bomvrij wachthuis uit de tweede helft van de 19e eeuw. Links de bergruimte voor de kanonnen, in het midden de verblijven voor de manschappen en rechts de plee. Bomvrij poepen! De driesteens dikke bogen in de gevel laten de dikte van de gewelven zien. Daarbovenop ligt 2,5m aarde.

Afbeelding
Schuilplaats H2 aan de zg. bedekte weg. Deze gebouwtjes werden in de eerste jaren van de 20e eeuw gebouwd en waren al van beton. Echter zonder wapening. Het gewapend beton was toen nog net niet uitgevonden.

Afbeelding
Voor sommige sporen moet je weten waar je naar moet zoeken. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog is dwars over de dijk voor de vesting een tankversperring gebouwd door stalen spoorstaven rechtop in een betonnen fundament te gieten.

Afbeelding
Die versperring stond na de oorlog natuurlijk verschrikkelijk in de weg, dus de spoorstaven zijn ooit met de snijbrander verwijderd. Het fundament ligt er echter nog. Goed, genoeg gezwam over de vestingbouw. Hup, weer op de fiets!

Afbeelding
Via de Albert Heijn in Huizen rijd ik naar het NTKC kampeerterrein. Op zondagmiddag in oktober is het er rustig: slechts drie caravans met gepensioneerde stellen. Ik heb de tentkampeerplekjes voor me alleen en kies natuurlijk de mooiste:…..

Afbeelding
…die met uitzicht op het Gooimeer en Almerehaven aan de overzijde. Zowaar begint de zon weer even te schijnen. Per saldo heb ik vandaag niet zoveel regen gehad. Wat druppels, wat motregen, een enkel klein buitje, dat was het. En vanaf Muiden helemaal droog. Niet slecht, alles bij elkaar.

Afbeelding
Zo, en nu is het tijd voor de guilty pleasures: bier, chips en sigaren.

Afbeelding
Als coronamaatregel zijn op de NTKC terreinen de kampvuurcirkels gesloten. Anders zouden er maar problemen ontstaan wie wel of niet bij het vuur mag zitten. Er kan dus geen vuur gestookt worden. Daar had ik al rekening mee gehouden. Dus na de douche thermo-ondergoed en donsjas aan, en mijn allesomvattende groene overjas eroverheen. Het ziet er drastisch uit, maar ik had het aangenaam warm. De capuchon kon na even wel af.

Afbeelding
In oktober wordt het al vroeg donker, zo rond half acht. Dus voordat mijn eten klaar is zit ik al met mijn hoofdlamp op in de pannetjes te schijnen. Na de afwas en een kopje thee kruip ik even na tienen lekker in mijn slaapzak. Ik verheug me op morgen. De route van vandaag heb ik al vele malen gefietst, maar morgen ga ik de Flevopolder in. Dat is helemaal nieuw terrein voor me. Leuk!

Wordt vervolgd.
Mooi begin; en herkenbaar, want in het hart van mijn oude fietsimperium ;-). Ik ben benieuwd naar het vervolg!
Hallo Huib2
Weer een mooi verhaal,voor mij ook bekent,ben geboren in Amsterdam
Zie nu al weer uit naar het volgende verhaal
Groetjes Andries :D :arrow:
De man van de slow travel! Prachtig! 👍🏻
Mooi verslag in een herkenbare omgeving. Prachtig :D

De oude linies zijn vaak mooie routes om langs te fietsen :)
Dank voor de leuke reacties!

Dag 2: maandag 5 oktober, Huizen – Roggebot, 82km
Ik heb een vooroordeel over de Flevopolder: Het landschap is kaal, saai en rechtlijnig, de architectuur is niet om aan te zien, en er is nauwelijks geschiedenis. Ik ben er dan ook nog nooit geweest op de fiets. Nu fietste ik laatst een stukje op met een andere fietser die ik onderweg tegenkwam en waarmee ik aan de praat raakte. Hij beweerde dat het best leuk fietsen is in de Flevopolder. Die uitspraak heeft mij geïnspireerd deze fietstocht te maken. We gaan het zien!

Afbeelding
‘s Nachts heeft het flink geregend, maar ’s ochtends is het droog maar wel dreigend. De voorspelling voor de dag is slecht. Eigenlijk de hele dag door regen en buien. Omdat m’n tent grotendeels onder de tarp gestaan heeft kan ik hem grotendeels droog inpakken. Voor de zekerheid trek ik m’n regenkleding alvast maar aan. Bij de haven van Huizen stuit ik op een oude kalkoven die nu in gebruik is als restaurant. Hier werd uit schelpen uit de Zuiderzee kalk gewonnen.

Afbeelding
Ik vervolg mijn weg langs de dijk van het Gooimeer in oostelijke richting. Daar stuit ik op een leuk buurtje met piramidewoningen uit de jaren ’70. Leuk om te zien, maar wel inefficiënt qua leefruimte, lijkt me. Net als de beroemde kubuswoningen van Blom. ’t Ziet fraai uit, maar er valt niet in te wonen.

Afbeelding
Verderop worden luxe villa’s gebouwd op postzegeltjes grond. De dakgoten van de huizen raken elkaar bijna. Dat is ´t lot van de nieuwe adel: wel een paleis, maar geen landgoed. Zo’n strooien dak is natuurlijk een totaal anachronisme. Maar het strodekken is wel een prachtig oud ambacht.

Afbeelding
Parallel aan de A27 steek ik via de Stichtse brug over naar Flevoland. Wat een hel, zo langs de snelweg fietsen! Gelukkig is het maar een kilometer of twee. Alsof de duvel er mee speelt, zodra ik in Flevoland ben wordt de lucht donker en begint het te regenen, eerst zachtjes, dan hard, met een straffe zuidenwind.

Afbeelding
Eigenlijk was ik van plan helemaal langs de zuidrand van de Flevopolder te rijden, omdat het landschap er daar afwisselender uitzag op de kaart. Maar om te voorkomen dat ik eerst pal tegen de wind en de regen in moet rijden, en om de route iets te bekorten steek ik recht door naar Zeewolde. Hm, mijn vooroordelen tegen de Flevopolder worden geheel bevestigd. Het landschap is kaal en saai, het biedt geen enkele beschutting tegen de elementen, en de horizon wordt gevormd door windmolens en hoogspanningsleidingen. Ik voel me de ‘eenzame fietser’ van Boudewijn de Groot.

Afbeelding
Gelukkig kom ik vlak voor Zeewolde in een mooi stuk nieuwe natuur. Bij een uitzichttoren houd ik m’n eerste pauze van de dag.

Afbeelding
Bovenop de toren heb ik uitzicht over een kudde paarden en een mooi afwisselend stuk natuur. Gelukkig wordt de horizon op vertrouwde wijze gevuld met windmolens en hoogspanningsleidingen.

Afbeelding
Met warme thee in ’t buikje ga ik weer goedgemutst op pad. Maar de regenkleding moet aan blijven. Een van mijn favoriete fietsaccessoires is mijn gele “Prozac”-bril. Wat voor weer het ook is, het lijkt of altijd de zon schijnt. Heel goed voor je humeur, zo’n bril, zeker in de regen. En dat voor maar €4,50 bij de Decathlon. Altijd als ik een wat duurdere bril koop, gaat hij stuk of raak ik hem kwijt. Als ik dan weer een goedkope koop, gaat hij jaren mee!

Afbeelding
Voorbij Zeewolde kom ik bij dit aparte gebouwtje, de Biezenburcht genaamd. Het blijkt een uitzichtpunt met een kleine uitspanning eronder die gesloten is op maandagochtend met slecht weer.

Afbeelding
Interessant is dat de Biezenburcht op de kop van de Knardijk staat, de dijk die Oostelijk Flevoland scheidt van Zuidelijk Flevoland. De polder is in twee delen drooggelegd, het oostelijk deel in 1957, het zuidelijk deel in 1968. Ooit was dit dus een zeedijk, en stond de Biezenburcht op de hoek van de polder.

Afbeelding
Op veel plaatsen staan nog de houten ontginningsboerderijen, die in opdracht van de overheid in de jaren ’50 en ’60 gebouwd werden. Er was een strenge selectieprocedure voor de boeren die deze boerderijen wilden pachten, want de polder moest zowel sociaal als agrarisch van nul af aan ontwikkeld worden, en daarvoor wilde men goed opgeleide en kundige boerenfamilies die de handen uit de mouwen wilden steken. Een slimme boer plantte ook bomen om zijn boerderij, die na meer dan 50 jaar groeien al aardig wat beschutting geven in het open landschap.

Afbeelding
Als je geen bomen hebt geplant woon je zo. Buiten eten is er nooit bij, want zelfs op een mooie dag waait de sla al van je bordje. Of je moet hutspot eten. Die blijft tot windkracht 8 wel liggen als je hem niet te dun maakt.

Afbeelding
Mooi is de camouflagebeschildering die tot doel heeft de windmolens zo veel mogelijk tegen de achtergrond te doen wegvallen. Dat om klachten van horizonvervuiling te voorkomen. Net als bij militaire voertuigen werkt de camouflage wel een beetje maar niet genoeg. Nu ja, ze hadden ze ook knaloranje kunnen schilderen.

Afbeelding
Ik ben blij dat ik ter hoogte van Harderwijk weer een stukje bos tref om doorheen te fietsen. De paadjes zijn leuker, je vind wat beschutting tussen de bomen, en je treft nog eens wat onverwachts op je pad.

Afbeelding
Ik tref hier zelfs zowaar een idyllisch plekje aan. Een eenvoudige groen geschilderde metalen brug in een groen landschap, die prachtig spiegelt in het zwarte water. Van de kleine dingen moet je het hebben hier.

Afbeelding
Een stukje verder wordt mijn pad gekruist door een zeer gedisciplineerd opgevoede zwanenfamilie.

Afbeelding
Ter hoogte van Biddinghuizen vind ik een mooi lunchplekje: een bankje bij een vogelobservatiehut.

Afbeelding
Door de kijkspleet heb ik zicht op een grote groep eenden van uiteenlopende types en modellen: wilde eenden, kuifeenden, tafeleenden, en nog zo wat.

Afbeelding
De maag wordt gevuld met mijn vaste lunchpakket: warme thee, compact Duits zuurdesembrood en een lekker stukje kaas, meestal Comté, Emmentaler of Gruyère. Dat zuurdesembrood is niet alleen voedzaam, het is ook compact, laat zich goed stouwen in je tas en blijft dagenlang vers. Lekker en praktisch, dus.

Afbeelding
Een tussentijdse inspectie van de fiets laat zien dat ik weer overnieuw kan beginnen met poetsen en smeren. Alles onder de bagger!

Afbeelding
Hm, dit zijn geen vakantiehuisjes, maar tenten. Het heet 'glamping', geloof ik en is peperduur. Een tent ingericht als een vakantiehuisje, met de prijs van een vakantiehuisje. Kamperen voor mensen die niet van kamperen houden? Sommige dingen snap ik gewoon niet. Zal wel aan mij liggen. Ieder z’n vakantie, maar dit lijkt me niet de mijne.

Afbeelding
Ter hoogte van Elburg stuit ik op dit landschapskunstwerk. De kunstenaar heeft eerst een berg aarde laten storten, daar een kuil in gegraven en die volgestort met beton. Daarna is de zandhoop weer weggehaald en bleef dit over. Het boeit me wel. Het kunstwerk was onlangs nog in het nieuws omdat overijverige ambtenaren er een hek op willen plaatsen omdat ze bang zijn dat er anders mensen vanaf vallen. Je kunt tegenwoordig niets meer aan de mensen zelf overlaten namelijk.

Afbeelding
De zuidrand van Oostelijk Flevoland is voor Nederlandse begrippen bijzonder dunbevolkt. Er is nergens een dorpje met winkel te bekennen. Het is qua route aantrekkelijker om even heen en weer over te steken naar Elburg, dan om over troosteloze kaarsrechte wegen via Dronten te rijden om de noodzakelijke dagelijkse boodschappen te doen. In de haven van Elburg zie ik zowaar het nieuwe jacht van onze koning liggen. (Grapje)

Afbeelding
Wat een heerlijke verademing om even door Elburg te fietsen! Echte geschiedenis en mooie oude dingen. De oude gerestaureerde/gereconstrueerde vissersvloot in het haventje.

Afbeelding
De middeleeuwse stadspoort.

Afbeelding
De eeuwenoude touwslagerij van de gebroeders Deetman.

Afbeelding
De lichte boodschappen gaan in het rugzakje, maar de zwaardere dingen, zoals mijn flesje Belgisch bier, probeer ik nog zoveel mogelijk weg te stoppen in overgebleven gaatjes in de tassen.

Afbeelding
Binnen een uur ben ik weer terug op het nieuwe land. Daar ontdek ik nog iets leuks: De oude havenhoofden van Elburg, die wel een kilometer lang waren, liggen tegenwoordig binnensdijks in de Flevopolder, aan de overkant van het Veluwemeer dus. Ze zijn als landschapsmonument zorgvuldig behouden, compleet met het oude vuurbaken. Heel mooi gedaan, vind ik.

Afbeelding
In Oostelijk Flevoland, het oudste deel van de Flevopolder, vind je nog een ander standaardtype boerderij: de schokbetonschuur. Dit type is voor de oorlog al toegepast in de Wieringermeer en later in de Noordoostpolder en was helemaal uitontwikkeld toen de Oostelijke Flevopolder werd drooggelegd. Er waren verschillende modellen, die varieerden in grootte, afhankelijk van de omvang van het bijbehorende bouwland en of het een akkerbouw- of een gemengd berdrijf was. De schokbeton schuur was een vorm van systeembouw met betonnen elementen die via een innovatief procedé (trillen tijdens de uitharding) lichter van gewicht gemaakt konden worden. Omdat er na de oorlog jarenlang een groot tekort was aan bouwmaterialen en geschoolde arbeiders, bracht de schokbetonschuur uitkomst. Hij kon, na het leggen van de fundering, in een paar dagen in elkaar gezet worden. In totaal zijn er meer dan 1.000 schokbetonschuren gebouwd in Nederland. Er staan er nog honderden van. Een aantal fraai geconserveerde exemplaren staat inmiddels op de monumentenlijst.

Afbeelding
De laatste 15 km, van Elburg naar de Roggebot, gaat vrijwel geheel door het bos, over leuke paadjes als dit. Tsja, wat zal ik nou zeggen over die Flevopolder. Langs de randen waar je stukken bos hebt, en over dijken kunt fietsen, is het wel aardig. Maar zo gauw je in het binnenland komt heb je eindeloze kaarsrechte wegen, door een troosteloos vlak landschap, waarbij de horizon bepaald wordt door windmolens en hoogspanningsleidingen. Het is saai, eentonig en er valt niet veel interessants te zien. OK, ik geef toe, het weer zat niet mee. Bij stralende zon krijg je misschien een wat opbeurender indruk van de Flevoploder.

Afbeelding
Het kampeerterreintje de Roggebot, niet ver van de Roggebotsluis, is goed verborgen in een stuk bos. Als je niet weet waar je moet zijn, is het lastig te vinden. Het is ook heerlijk rustig op een doordeweekse dag met slecht weer. Ik ben de enige! Ik moet de sleutel ophalen bij het sleuteladres en zelf het toiletgebouw van het slot halen, het water aanzetten, en de hoofdschakelaar omzetten. Hoofdschakelaar omzetten? Ho, wacht even, op de Roggebot is helemaal geen elektriciteit! Heerlijk primitief! Aan het toiletgebouwtje hangt een olielamp, voor als je toch graag licht hebt bij het toiletbezoek. Voor mij voldoet mijn hoofdlamp. En gelukkig zit mijn powerbank nog flink vol, dus ik kan wel een paar dagen zonder stroom zonder dat mijn telefoon helemaal leeg gaat. Meer heb ik niet nodig. Omdat ik als enige op het terrein ben, besluit ik dat de coronaregel over het niet gebruiken van de kampvuurcirkel niet van toepassing is. Ik kan niemand besmetten, en niemand een plaatsje bij het vuur ontzeggen. Brandgevaar is er ook al niet met al die regen, dus ’s avonds stook ik lekker een fikkie in de kampvuurkuil.

Wordt vervolgd.
Wat een mooi verhaal Huib.
Ik wacht op de volgende aflevering.

Als alternatief voor je bril zou je de pet kunnen overwegen.
Het is geen kijk onder de helm, maar uiterst effectief.
Bij regen geen water in de ogen, bij laagstaande zon de klep wat lager, het houdt de zon van je voorhoofd en ik laat nu de zonnebril thuis.
DSC_2651.JPG
Poppink schreef:
zo 29 nov, 2020 13:55
Wat een mooi verhaal Huib.
Ik wacht op de volgende aflevering.

Als alternatief voor je bril zou je de pet kunnen overwegen.
Het is geen kijk onder de helm, maar uiterst effectief.
Bij regen geen water in de ogen, bij laagstaande zon de klep wat lager, het houdt de zon van je voorhoofd en ik laat nu de zonnebril thuis.
Als je dan toch een pet neemt, dan kan ik de compacte, lichtgewicht en -dankzij de mesh aan de zijkanten- sweat-proof pet van Sportful van harte aanraden. Deze neem ik standaard mee op elke fietstocht en bevalt uitstekend. Reden voor het gebruik van een pet is dat mijn zonnebril op sterkte is, en het montuur aan de bovenkant niet zo mooi afsluit als bij die kekke fietsbrillen.

20201129_145505-01.jpeg
20201129_145615-01.jpeg
Mooie vertelstijl.
Zelf houd ik wel van dat vlakke polderlandschap. Vooral in herfst als wolkenpartijen prachtig oplichten in allerhande kleuren grijs- tot zwart tinten. Je waant je al snel in een schilderij van de oude meesters van Hollandsche landschappen.

Vroeger fietste ik van Arnhem naar Hoorn via Lelystad en Enkhuizen. Terug via Amsterdam en het Gooi.
Of andersom. Juist door de polders vanwege het vlakke landschap.
Laatste keer was vorig najaar.

Ieder zijn 'ding'.
Je bedoelt deze pet van Sportful? https://www.sportful.com/nl/men/accesso ... 05520P-002
DaVinci schreef:
zo 29 nov, 2020 18:08
Je bedoelt deze pet van Sportful? https://www.sportful.com/nl/men/accesso ... 05520P-002
Yep, dank voor het zoeken 👍
Huib2 schreef:
zo 29 nov, 2020 13:35
Parallel aan de A27 steek ik via de Stichtse brug over naar Flevoland. Wat een hel, zo langs de snelweg fietsen! Gelukkig is het maar een kilometer of twee.
Die paar kilometer op de Stichtse Brug lijken het ergst, maar - zoals je daarna hebt gemerkt - zit het venijn hier in de staart.

Langs de noordoever van de Hoge Vaart loopt een prima fietspad, rijk aan struweel en stukjes bos. Vanaf de Stichtse Brug kun je daar echter niet komen, omdat de brug van de A27 over de Hoge Vaart (bij het kruis op de kaart hieronder) geen fietspad heeft. Bruggen over de Hoge Vaart die wel bruikbaar zijn voor fietsers (cirkels op de kaart), liggen maar liefst 11 km uit elkaar en langs de zuidoever van de Hoge Vaart kun je niet fietsen: daar ligt de fietspadloze N305.
Zelf ben ik daar na het nemen van de Stichtse Brug ook een keer vastgelopen en heb ik dezelfde route richting Zeewolde moeten fietsen als jij nu gedaan hebt. Toen gelukkig wel met windkracht 6 uit het zuidwesten ;-).
Een mooie oplossing zou een pontje tussen Huizen en Almere zijn geweest, maar die vaart al jaren niet meer...

Afbeelding
Erg leuk en informatief verslag Huub. :)
Wel vind ik je fiets belading een beetje vreemd :?:

Kees Swart heeft er een “concurrent” bij :wink:

Dirk
Hartelijk dank voor alle leuke reacties, mensen!
Poppink schreef:
zo 29 nov, 2020 13:55
Als alternatief voor je bril zou je de pet kunnen overwegen.
Ja, vroeger fietste ik ook vaak met pet én bril. Nu doe ik als het kouder is een buff onder m'n helm. Maar voordeel van de pet is idd de klep die zowel tegen zon als regen beschermd. Ik vind de bril in de zomer onmisbaar om vliegjes en stof uit m'n ogen te houden. En bij harde wind tegen is het ook wel fijn. Maar zo gauw het regent heb je al snel geen zicht meer. Dan helpt de pet met klep.
joukon schreef:Zelf houd ik wel van dat vlakke polderlandschap. Vooral in herfst als wolkenpartijen prachtig oplichten in allerhande kleuren grijs- tot zwart tinten. Je waant je al snel in een schilderij van de oude meesters van Hollandsche landschappen.
Leuk dat je dat schrijft, want het is inderdaad maar net hoe je naar de wereld kijkt. Ik ben altijd erg gepreoccupeerd met geschiedenis, historische elementen in het landschap, architectuur en onverwachte ontdekkingen na de volgende bocht. Maar als je met een meer poëtische of filosofische blik door de polder rijdt wordt het opeens een heel andere beleving.
dik5 schreef:Wel vind ik je fiets belading een beetje vreemd
Ja, klopt. Mijn stoel en tent (geintegreerde stokken) passen niet een tas en moeten dus op de drager. Dan heb ik aan drie tassen genoeg. En voor een min of meer evenwichtige gewichtsverdeling voor/achter kom ik dan hier op uit.
Andere oplossing is vier voortassen gebruiken:
Afbeelding
Maar dan heb ik eigenlijk veel ruimte over. Dus de opzet met drie tassen is compacter. Het gewicht achter zit zo wel hoger, maar ook dichter bij het midden. Ik fiets al een paar jaar zo, en dat bevalt me prima.
Je kunt natuurlijk ook ipv deze drie tassen twee grote achtertassen gebruiken en dan de stoel en tent erbovenop. Maar dan zit al die ca. 15kg aan de achterzijde en voor niets. Dat vind ik dan ook weer niet fijn.
dik5 schreef:Kees Swart heeft er een “concurrent” bij :wink:
Haha, ik zie het meer als een gelijkgestemde. Ik geniet erg van de verslagen van Kees, en ik herken veel van zijn manier van reizen en naar de omgeving kijken. Iemand anders noemde dat in dit draadje 'slow travel'. Klein verschil is dat bij Kees het zwaartepunt wat meer op geografie ligt en bij mij vooral op geschiedenis. Maar Kees schrijft ook veel over geschiedenis.
keesswart schreef:Die paar kilometer op de Stichtse Brug lijken het ergst, maar - zoals je daarna hebt gemerkt - zit het venijn hier in de staart.
Ja, dat is lastig als je de vaart over wilt. Maar mij is dit probleem helemaal niet opgevallen omdat ik daar niet heen wilde, maar direct in oostelijke richting naar Zeewolde ben gefietst.
Dag 3: Dinsdag 6 oktober, Rondje Urk – Schokland – Kampen, 82km

Ik blijf nog een tweede nachtje op hetzelfde kampeerterrein en maak vandaag een rondrit via Urk, Schokland en Kampen. Eigenlijk bezoek ik dus vooral het oude land, dat al dan niet in het nieuwe land gelegen is. 😉 (Volgt u ‘m nog?)
Als ik ’s ochtends op sta schijnt de zon even, maar al voordat ik wegfiets begint het te druppelen. Dus trek ik m’n regenkleding maar weer aan.

Afbeelding
De paddenstoelen zijn flink uit de kluiten gewassen, dit najaar.

Afbeelding
Vlak bij het gemaal Colijn en de Ketelhaven kom ik op de ringdijk van de Flevopolder. Dit is een van de drie grote gemalen, waarmee de Oostelijke Flevopolder in de jaren ’50 is leeggepompt.

Afbeelding
Eerst fiets ik kilometers lang langs de dijk in westelijke richting, richting de Ketelbrug, die in de verte te zien is. Af en toe passeert er een enkele auto op de weg boven op de dijk. Verder is er niemand. Dat is wel heerlijk. Maar wat een saaie weg: 12km tot de Ketelbrug met links de grashelling van de dijk en rechts het vlakke grijze water. Ik begin maar aan wat contemplatieve gedachten terwijl ik eindeloos mijn pedalen ronddraai. Gelukkig is er de geruststellende horizon van windmolens en hoogspanningsleidingen.

Afbeelding
Ik steek de Ketelbrug over en vervolg mijn route langs de dijk naar Urk. Daar rijd ik onderlangs een rijtje windmolens. Potjandrie, die dingen zijn echt wel heel groot als je er vlak onder staat. Ondertussen begint de lucht lelijk te betrekken. Er zit weer wat aan te komen.

Afbeelding
Langs de dijk naar Urk doe ik een rare ontdekking. Er liggen veel dode vissen, maar ook veel dode vogels. Het lijkt wel een milieuramp. Het is al een paar dagen zuidelijke wind, dus het is niet gek als er van alles aanspoelt. Maar zoveel vogels? Ik vind het maar raar, maar heb er verder ook geen verklaring voor. En deze vogel kan ik ook niet plaatsen. Het lijkt een reigerachtige, zoals een roerdomp of een purperreiger.

Afbeelding
Om het beeld maar even te completeren: een stukje verder ligt een knots van een aalscholver. Een van de vele die ik daar heb zien liggen. Nu zal ik jullie niet lastigvallen met wat er verder gebeurd is. Ik zeg alleen maar dat ik thuis al vele jaren een leuke verzameling zelf gevonden dierenschedels heb.

Afbeelding
Als ik Urk binnenrijd kom ik langs één van de grote gemalen die de Noordoostpolder hebben drooggelegd. Op de gevel staat een merkwaardig gedicht uit 2010. Niet zo oud dus. Even los van missende letters komt het op mij wat stereotype seksistisch over. Maar misschien is dat gewoon wel zo op het zwaar gelovige Urk: de mannen vissen op zee en de vrouwen maken thuis de stroom op met de wasmachine, de strijkbout en de föhn. (Correct me if I’m wrong.)

Afbeelding
Als ik de keileembult van het oude vissersdorp Urk oprijd begint het te gieten van de regen. Wanhopig zoek ik een hip tentje om een kop warme koffie te drinken met een stukje gebak erbij. Op een vaag bruin café na, niet te vinden. Tja, het is hier ook geen Amsterdam.

Afbeelding
Dan valt bij mij het kwartje: ja hallo, je bent op Urk. Wat doe je daar? Vis eten natuurlijk! De vishandel annex restaurant is snel gevonden, en om half twaalf ’s ochtends zit ik warm en droog aan de kibbeling met friet. Ik laat ook nog een broodje paling en een broodje haring met uitjes inpakken voor onderweg. Daar kom ik de dag wel op door.

Afbeelding
Als ik iets over twaalven met een gevulde maag weer buiten staan is het ook weer min of meer droog geworden, en vervolg ik mijn verkenningstocht door het vissersdorp. Mede door de streng christelijke signatuur heeft Urk al decennialang het hoogste geboortecijfer van Nederland. Op het oude eiland is goed te zien dat er lang overbevolking was. De oude vissershuisjes staan dicht op elkaar, vrijwel zonder voor en achtertuintjes.

Afbeelding
Ook op de begraafplaats is het druk en vol. Met graven, wel te verstaan. De tekst boven de poort doet mij wel even aarzelen. ‘Hoho, ik ben hier slechts als bezoeker. Ik rust straks ergens anders wel even uit.’

Afbeelding
De begraafplaats is vooral interessant vanwege het graf met de zes schedels. Omdat de Urkse bevolking generaties lang vrij geïsoleerd heeft geleefd waren wetenschappers aan het eind van de 19e eeuw zeer geïnteresseerd in de Urkse bevolking. Deze zou een soort oergenen van de Nederlandse bevolking bezitten. Voor wetenschappelijk onderzoek zijn toen zes schedels van deze begraafplaats geroofd waarop onder andere schedelmetingen en ander inmiddels als verouderd geldend antropologisch onderzoek is verricht. De schedels kwamen terecht in de wetenschappelijke collectie van onder andere de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Oldenburg in Duitsland. Terechte protesten van de Urkse bevolking hebben ervoor gezorgd dat de schedels meer dan en eeuw later weer terug bezorgd zijn op Urk. Omdat onbekend was van wie de schedels oorspronkelijk waren zijn ze met zijn zessen bijgezet in dit graf onder de kerktoren. Tsja, wat een verhaal. De parallel met roofkunst uit de koloniën dringt zich bij mij op.

Afbeelding
'Denkend aan Holland zie ik brede wegen traag door oneindig laagland gaan.' (Vrij naar Hendrik Marsman) De A6 richting Emmeloord.
Na Urk vervolg ik mijn weg in oostelijke richting, naar het voormalige eiland Schokland. Het is inmiddels weer droog en de zon lijkt aarzelend te gaan schijnen. Omdat ook buienradar belooft dat het een uurtje droog blijft waag ik het er op en trek mijn regenkleding uit. O, heerlijk. Dat fietst toch een stuk frisser en luchtiger!

Afbeelding
In het dorpje Nagele stuit ik op een architectonisch interessante gereformeerde kerk. Als ik naar binnen gluur zie ik de coronaopstelling: stoelen alleen, in paren of in groepjes voor de verschillende bubbels: alleenstaanden, echtparen en gezinnen.

Afbeelding
Het is bietenoogst. En dat merk ik al twee dagen aan de zware machines op de kleiige akkers en de grote trekkers met aanhangwagens op de wegen, die dan ook regelmatig vol brokken vette klei liggen. Ook ontdek ik in de Noordoostpolder weer tientallen schokbetonschuren. Het wordt een obsessie voor me. Deze is mooi omdat de originele en decoratieve driehoekige ruitjes in de nok niet afgedekt zijn met golfplaat.

Afbeelding
Eindeloze kaarsrechte polderwegen. Rechtdoor tot voorbij het verdwijnpunt. En het rijwiel met dagtoeruitrusting: de stuurtas voor alle handige zaken onderweg en de zadeltas voor thermosfles, boterhammen en regenkleding.

Afbeelding
Dan arriveer ik op het voormalige eiland Schokland dat sinds de drooglegging in 1942 geheel opgenomen is door de Noordoostpolder. Het eiland had een langgerekte vorm van bijna 5km lang maar nauwelijks 500meter breed. Dat was alles wat er na vele stormen van overgebleven was. In 1859 werd de bevolking op last van de overheid van het eiland geëvacueerd, omdat de situatie te gevaarlijk was geworden. Alleen op de noordpunt bleef een haventje in gebruik. Hier de havenmeesterswoning, het oude lichtbaken en het huisje van de misthoorn.

Afbeelding
Als ik Schokland van noord naar zuid afrijd begint het weer te gieten, en ik kruip snel weer in mijn regenpak. Halverwege ligt nog een mooi kerkje op een keileembult, maar het regende zo hard dat ik geen foto gemaakt heb. Helemaal aan de zuidkant stond in de middeleeuwen een oudere kerk. Alleen de fundamenten zijn nog over, waaraan je nog mooi kunt zien dat er twee opeenvolgende kerken hebben gestaan, eerst een hele kleine, daarna een iets minder kleine. Er staat ook een bankje en dat is een mooie plek om een broodje haring met uitjes te eten.

Afbeelding
Toen mijn broodje op was, was het ook weer min of meer droog en kon ik mijn tocht vervolgen. Richting de zuidelijke dijk van de Noordoostpolder en vandaar naar Kampen. Op het dijktalud vlak naast het fietspad tref ik een mooi groepje inktzwammen in diverse ontwikkelingsstadia.

Afbeelding
Als ik over de dijk fiets breekt plotseling de zon door. Het warme gelige strijklicht en de donkere wolken zorgen voor een dramatische en fotogenieke belichting van het landschap. En bij toeval sta ik ook nog bij een mooie schokbetonschuur met het originele woonhuis er nog bij. Ik vind het prachtig te bedenken dat vanuit deze boerderijen het land ontgonnen is. Van kale zanderige zeebodem tot efficiënte voedselproductie voor de snelgroeiende bevolking van Nederland. En dat is gelukt! Om het beeld kloppend te maken, ook nog een hoogspanningsleiding op de achtergrond.

Afbeelding
Ik schiet even een paar plaatjes op dezelfde plek, vanwege het mooie licht. Als je ze aan elkaar plakt heb je een mooi panorama.

Afbeelding
Met op de laatste foto ook nog het rijwiel. Het geeft een prachtig sfeerbeeld. Alleen op de dijk, de lage horizon, de lange strakke lijnen, het onstuimige weer. De eenzame fietser. (Ojee, ik wordt sentimenteel.)

Afbeelding
Wat is dat nu voor een rare constructie, dacht ik toen ik de Ramspolbrug naderde. O ja natuurlijk, dat is de balgstuw bij de Ramspol. Een enorm dik rubberen condoom dat bij hoog water volgepompt wordt met lucht en water en dan een 10 meter hoge barrière vormt van de ene oever naar de andere. De enige balgstuw ter wereld die als hoogwaterkering gebruikt wordt. Daar kan ik altijd wel van genieten: mooie staaltjes ingenieurswerk.

Afbeelding
Bij een ander fraai staaltje ingenieurswerk, de Eilandbrug over de IJssel bij Kampen staan twee bankjes onder aan het talud. Daar ga ik, met uitzicht op het scheepvaartverkeer op de IJssel, mijn broodje paling opeten. Zo he, daar zit veel paling op! Het kostte dan ook 6 euro, geloof ik. Met het laatste broodje en de laatste kop thee achter de kiezen begin ik aan de laatste kilometers naar Kampen.

Afbeelding
Zwartbontvee in de uiterwaarden van de IJssel, met Kampen aan de horizon.

Afbeelding
Als ik Kampen nader wordt de lucht wel erg donker. Er zit weer wat hevigs aan te komen, vrees ik.

Afbeelding
Kampen is weer een van die Nederlandse stadjes die aan het eind van de middeleeuwen heel rijk en belangrijk waren, maar die het daarna aflegden tegen het commerciële geweld van Amsterdam. Daarom is de tijd er een beetje stil blijven staan. De oude stad met vele historische panden is nog grotendeels intact, dus het is weer genieten in de smalle oude straatjes.

Afbeelding
De theologische universiteit van Kampen is sinds 1854 een van de belangrijke opleidingen voor gereformeerde dominees in Nederland. De geschiedenis van de universiteit hang van ruzies en kerkscheuringen aan elkaar.

Afbeelding
De geschiedenis van het gebouw is prozaïscher dan het opschrift Theologische Universiteit doet vermoeden. Er heeft ook een militaire opleiding gezeten en tegenwoordig is er horeca gevestigd.

Afbeelding
Kampen was vroeger ook bekend om zijn sigarenindustrie. Het opschrift op dit pand – Stoomtabaksfabriek Firma Samuels & de Leeuw – dateert nog uit de tijd dat stoomaandrijving gold als een aanbeveling: het nieuwste van het nieuwste.

Afbeelding
Ik ontdekte ook een prachtige 17e-eeuwse gevelsteen met een verbeelding van het Paradijs: Adam en Eva met appel en slang.

Afbeelding
Op verschillende plekken in de stad is oud reclameschilderwerk gerestaureerd. Heel leuk.

Afbeelding
Nog eentje. Leuk hierop is de vermelding van uniformen. Veel beroepen en bedrijven kennen tegenwoordig nog wel bedrijfskleding. Maar in tegenstelling tot nu hadden vroeger alle ambtenaren een uniform, met jas en pet: niet alleen de postbode en de brugwachter, ook de ambtenaar achter zijn bureau in het gemeentehuis en de minister. Dus de handel in uniformen was vroeger big business.

Afbeelding
Als ik nog een extra rondje door Kampen toer, barsten de hemelsluizen weer helemaal open. Gelukkig kent Kampen nog een heel stel fraaie middeleeuwse stadspoorten waaronder het goed schuilen is. Ik wacht de ergste regen af, en fiets dan door naar de dichtstbijzijnde supermarkt voor de dagelijkse inkopen.

Afbeelding
Met de zadeltas goed gevuld met boodschappen begin ik aan de laatste 10km naar het kampeerterrein. Vlak bij de Roggebotsluis stuit ik op een fazantenhaan (sorry voor de wazige foto). Hij lijkt niet in orde want gaat er nauwelijks vandoor. Ik krijg even de ingeving om hem proberen te grijpen. Dan heb ik fazant voor mijn avondeten! Maar ik besluit daar vanaf te zien. Teveel gedoe. Je bent zo uren bezig om zo’n dier eetklaar te krijgen. Maar blijkbaar ben ik niet de enige met dat idee, want in de buurt hangen twee jongens rond die naderbij komen op het moment dat ik weer doorfiets.

Afbeelding
Na aankomst op het kampeerterrein stook ik weer een vuurtje. Voor de zekerheid heb ik van de oude poncho die ik al een paar dagen meezeul een extra afdakje gemaakt om droog te kunnen blijven zitten als het gaat regenen. Als het vuur lekker brandt en ik net wil beginnen met het koken van een eenvoudige eenpansmaaltijd, begint het weer te gieten. Ik trek me terug onder mijn afdakje en dek het vuur een beetje af met wat verse houtblokken. Ik krijg het dan weliswaar wat kouder, maar er komt minder water in het vuur en de hete oranje askern blijft zo beter behouden. Na een paar minuten voel ik een dikke druppel op mijn schouder en even later weer. Met mijn zaklamp speur ik het zeiltje af. Loopt het ergens langs de rand, of zit er een gaatje in? Dan zie ik dat de onderzijde van poncho helemaal vol dikke druppels hangt, die nu in steeds hoger tempo naar beneden vallen. Dat oude ding is helemaal niet meer waterdicht! Ik wordt nu in hoog tempo nat, net als al mijn spullen die onder de poncho staan. Evacueren! In hoog tempo ren ik een paar keer op en neer met al mijn spullen van het kampvuur naar de tarp voor mijn tent. Pfff, da’s balen, geen lekker warm vuur vanavond. Maar gelukkig zit ik wel weer droog. Ik kruip diep in mijn donsjas en ga alsnog koken. In het donker inmiddels! De poncho gaat morgen direct de vuilnisbak in.
Dag 4: Woensdag 7 oktober, Roggebot – Zorgvlied, 89km

Vandaag weer een lange fietstocht met alle bagage naar een volgend kampeerterrein. De route leidt van de Flevopolder via Kampen en Steenwijk naar Zorgvlied in Drenthe.

Afbeelding
Maar eerst een lekker ontbijt. Als ik zit te eten gaat de zon zelfs schijnen. Dankzij de tarp kan ik de tent vrijwel droog inpakken, en dankzij de zon is de tarp ook niet meer heel erg nat. Dat valt mee dus. Ik vertrek rond een uur of tien in het zonnetje. Heerlijk zonder regenkleding. Maar ik ben nog niet terug in Kampen, na 10 km of de lucht betrekt alweer en de eerste druppels vallen. Daar blijft het even bij, dus ik kijk het nog even aan. Maar de kunst is toch altijd: niet te lang wachten met het aantrekken van je regenkleding, anders ben je alsnog nat. En wat eenmaal nat is krijg je bij dit weer niet meer droog.

Afbeelding
Als je bij Kampen de IJssel oversteekt kom je in IJsselmuiden. Daar staat deze neogotische kerk met mooie middeleeuwse toren. Ooit gebouwd als katholieke kerk natuurlijk, maar waarschijnlijk al eeuwen gereformeerd.

Afbeelding
Als ik aan de achterkant van kerk kom snap ik pas hoe het in elkaar zit. De hele middeleeuwse kerk staat er nog, maar in de 19e eeuw is er dwars overheen een neogotische kerk gebouwd. Honderd jaar geleden had ik het vernieling genoemd, maar nu is het gewoon onderdeel van het erfgoed geworden.

Afbeelding
Aan de rand van IJsselmuiden tref ik een oude Joodse begraafplaats. Op de middelste steen staat een mooi symbolisch reliëf: uit de wolken komt de hand van god die met een bijl de boom des levens omhakt.

Afbeelding
Op steeds meer plaatsen in Nederland zijn de afgelopen jaren zulke herinneringsplekken verschenen. Hier is tijdens de Tweede Wereldoorlog een vliegtuig neergestort. Er staat een keurig bordje op met wat hier gebeurd is. De luchtoorlog is één van minder bekende aspecten van de oorlog. Omdat Nederland precies tussen Duitsland en Engeland in lag, was het tijdens de oorlog iedere dag en iedere nacht raak. Er werd gevlogen, gevochten, gebombardeerd, de zoeklichten schenen de hemel af en het afweergeschut begon te knallen. Tussen 1939 en 1945 zijn meer dan 6.000 vliegtuigen neergestort op Nederlands grondgebied. Dat is gemiddeld ongeveer één per dag. Vaak vielen die in een weiland of in het IJsselmeer. Maar gemiddeld één keer per week viel er ook, totaal onverwacht een vliegtuig op een boerderij, een dorp of een stad.

Afbeelding
Bij dit monument in Grafhorst ging het net goed. Een reusachtige Britse bommenwerper stortte op slechts tientallen meters van de bebouwing in het Ganzendiep. Van de acht bemanningsleden kwamen er zeven om het leven. In 1943 is net zo’n grote bommenwerper in het centrum van Amsterdam neergestort. Ironisch genoeg op het Carlton hotel, vlak bij de Munt, dat in gebruik was bij de Duitse luchtmacht. De meeste doden waren Duitse militairen. De klap was zo groot, dat Anne Frank erover in haar dagboek schrijft.
Het Duitse bombardement op Rotterdam is natuurlijk algemeen bekend. Daarbij vielen meer dan 800 doden. Maar de Britten en Amerikanen hebben Nederland veel vaker gebombardeerd, met meer dan 10.000 burgerdoden als gevolg. Nou ja, daar zit ik dan allemaal over na te denken als ik dit soort monumentjes tegenkom.

Afbeelding
Weer een oorlogsmonumentje (in groot onderhoud). Nu in Kamperzeedijk-Oost. Ik ga altijd even kijken naar zo'n monumentje, en vaak leer ik dan iets nieuws. Het monumentje verbeeldt het leeggieten van een melkbus, en herdenkt de slachtoffers die gevallen zijn door represailles als gevolg van de Melkstaking. De Melkstaking? Daar had ik nou nog nooit van gehoord. Het blijkt een onderdeel te zijn van de April-Meistakingen in 1943, toen op talloze plaatsen in Nederland het werk werd neergelegd als protest tegen het alsnog wegvoeren van alle voormalige Nederlandse militairen in krijgsgevangenschap. In delen van het land deden boeren ook mee door hun melk niet meer aan de fabrieken te leveren, maar in de sloot weg te laten lopen. De staking werd door de Duitsers met grof geweld gebroken.

Afbeelding
Het nieuwe zwerfvuil. Mondkapjes. Je ziet ze tegenwoordig overal liggen. Normaal wil ik zwerfvuil nog wel eens oprapen en in de eerstvolgende prullenbak deponeren. Maar met gebruikte mondkapjes ligt dat toch weer anders.

Afbeelding
In Genemuiden verwachtte ik een mooi oud stadje te treffen, maar dat valt een beetje tegen. Wel een aardig achterafstraatje met oude hooischuren en werkplaatsen. Oud? Nou, gereconstrueerd in oude stijl. Genemuiden heeft in zijn geschiedenis maar liefst vijf grote stadsbranden gekend, waardoor geen pand in het stadje ouder is dan 125 jaar! De houten hooischuren hier op de foto speelden een grote rol in die branden. Sinds 1740 geldt er in Genemuiden dan ook een rookverbod op de openbare weg, als enige gemeente in Nederland! Gelukkig heb ik er niet per ongeluk een sigaartje zitten roken.

Afbeelding
In Genemuiden steek ik met het pontje het Zwarte Water over richting Zwartsluis. Ik vind het altijd leuk op de pont. Nu geldt de veerpont als een veilig vervoermiddel, maar in 1922 raakte op deze plek de kabelpont tijdens een storm in de problemen en zonk. 22 mensen vonden de dood, waaronder de pontbaas en de burgemeester van Genemuiden.

Afbeelding
Dat verhaal ging wel even door me heen toen deze zware jongen de pont opreed. De voorkant, waar ik stond kwam helemaal omhoog door het gewicht van deze machine, en al schommelend kwam de boot weer recht toen hij midden op de pont tot stilstand kwam.

Afbeelding
Het volgende plaatsje is Zwartsluis, een nogal logische plaatsnaam voor een dorpje dat gegroeid is rond een sluis die toegang geeft tot het Zwarte Water. Deze vaart geeft toegang tot de Drentse veengebieden, van waaruit eeuwenlang de stad Amsterdam van brandstof is voorzien, tot eind 19e eeuw de steenkool uit Limburg het overnam. Langs de sluis wat mooie 18e en 19e eeuwse herenhuizen van turfbaronnen. In tegenstelling tot de bittere armoede van de veenarbeiders zijn er dus ook wat mensen rijk geworden van de turfwinning.

Afbeelding
Een stukje verderop denk ik zowaar een turfschip tegen te komen. Maar bij nadere inspectie ligt de schuit vol met paardenmest. Snel doorfietsen maar!

Afbeelding
Dan kom ik in Belt-Schutsloot. Nog nooit van gehoord. Maar dat is een verrassing: het lijkt hier wel Klein-Giethoorn: boerderijen aan een vaart die met bruggetjes verbonden zijn aan een smal jaagpad. Erg leuk om te fietsen, en geen Chinese toerist te zien!

Afbeelding
Ondertussen rijdt ik door het Nationaal Park De Weerribben Wieden. De lucht blijft grijs, af en toe motregent het of komt er een buitje over. Soms is het even droog. De regenkleding blijft aan.

Afbeelding
Ja, en dan kom ik door het échte Giethoorn, wat toch weer net iets mooier is dan Schutsloot. En met dank aan corona, geen bus met Chinese toeristen te zien, hooguit een tiental verdwaalde Nederlanders, waaronder ik zelf! En ik moet de hele tijd aan de film Fanfare denken van Bert Haanstra, die hier in 1958 opgenomen is en die een kleingeestige dorpsruzie als onderwerp heeft. Misschien niet heel flatterend, maar desondanks werd het dorp een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bekende Nederlanders. Die willen nu allemaal weer weg vanwege het massale Chinese toerisme.

Afbeelding
Omdat de zon even doorbreekt ga ik op een Giethoorns bankje zitten lunchen. Drie eenden komen meteen kijken of er iets te halen valt. Het is natuurlijk een mager seizoen voor ze, met zo weinig toeristen. Als ze niks krijgen van mij, druipen ze na vijf minuten weer af. Niet dat ik ze niks gun, maar ik bedenk me dat als ik iets geef er hier binnen twee minuten dertig eenden zitten. Daar heb ik dan ook weer geen zin in.

Afbeelding
Coronahumor in Giethoorn. Het is een standbeeld van acteur (en de eerste nationale knuffelhomo) Albert Mol , die een hoofdrol speelde in ‘Fanfare’.

Afbeelding
In het noordelijke deel van Giethoorn staat nog een mooie Tjasker om het gazon droog te houden.

Afbeelding
Steenwijk. Daar had ik geen enkele verwachting bij. Ik ken het vooral als reisbestemming van militairen, vanwege de grote kazernes in de omgeving. Maar het blijkt zowaar een hele hoge stadswal te hebben met een even diepe gracht, ….

Afbeelding
....en ook wat leuke oude straatjes.

Afbeelding
Als ik het centrum van Steenwijk uitrijd kom ik langs drie leuke villaatjes, geheten Villa Botha,….

Afbeelding
…Villa Stein en villa De Wet. Behalve aan de architectuur kun je aan de namen precies vaststellen wanneer ze gebouwd zijn: tijdens de Boerenoorlog in Zuid-Afrika (1899-1902) of kort daarna. In de Boerenoorlog streden de Britten tegen afstammelingen van Nederlandse kolonisten, de zg. Boeren. Vanwege de ‘stamverwantschap’ tussen de Nederlanders en de Boeren konden die zich in ons land in een grote sympathie verheugen. Elke zichzelf respecterende stad heeft wel een Afrikaanderwijk uit die tijd. En deze villaatjes zijn vernoemd naar leiders van de Zuid-Afrikaanse Boeren. Dat deze mensen ook de grondslag legden voor het racistische Zuid-Afrikaanse apartheidsregime was toen nog geen issue. De Britten hebben in deze oorlog ook de concentratiekampen uitgevonden, waar de Boeren en hun families in werden opgesloten. Dat had nog gevolgen tijdens de Eerste Wereldoorlog toen veel Nederlanders sympathie voor Duitsland hadden, enkel en alleen omdat ze een hekel aan de Britten hadden vanwege de Boerenoorlog.

Afbeelding
Bij het uitrijden van Steenwijk kom ik nog langs dit prachtige gebouw van Agrifac, een fabriek van landbouwvoertuigen. Hypermodern in de jaren ’20, maar nu nog steeds, blijkt. De fabriek is pas verbouwd en schermt ermee de meest duurzame fabriek van Nederland te zijn. (Volgens de marketingafdeling dan, hè.) De reusachtige knalrode bietenrooiers die ze hier bouwen, zag ik gisteren aan het werk in de Noordoostpolder.

Afbeelding
Na Steenwijk rijd ik wel heel lang langs een suffe en drukke verkeersweg. Ik kijk maar eens op mijn kaart en zie ik dat ik een afslag gemist heb. Ik heb geen zin om terug te rijden, dus ik plan globaal een alternatieve route. Die leidt meteen al langs dit juweel van een vakantiehuisje. Echt oud, rond 1900 gebouwd schat ik. Daarna volg ik op m’n gevoel een beetje de goede richting, en als ik dan op een ANWB paddenstoel Wilhelminaoord en Willemsoord door elkaar haal, ben ik verdwaald! Heerlijk! Beter!

Afbeelding
Ik kom langs een groot hotel in het bos, en daar buigt de asfalt weg een ongewenste richting op, dus ik neem op gevoel een lange rechte zandweg die een heuvel op leidt. En daar tref ik dit juweel van een huis, dat zowaar net gevangen wordt door een paar zonnestralen.

Afbeelding
Over het mooie landgoed De Eese rijdt ik dan via Wilhelminaoord richting Vledder. Op zich zat ik niet de wachten op een potje verdwalen, want aan het eind van de middag, met 80km in de benen en nog 10km te gaan, raakte zowel de tijd als de batterij een beetje op. Maar toch weer wat leuke onverwachte dingen gezien. Ja, ik had natuurlijk meteen op google earth kunnen kijken waar ik was en waar ik heen moest, maar daar heb ik dan geen zin in. Gewoon eigenwijs doorfietsen!

Afbeelding
Bij Wilhelminaoord tref ik nog een dierenbegraafplaats. Dat had ik wel eens eerder gezien. Maar deze lijkt in alles op een mensenbegraafplaats: Heggen, grafstenen, parafernalia, kaarsjes, helemaal compleet Aan de stijl van de graven was te zien dat sommige mensen er wel drie huisdieren hebben liggen. Interessant fenomeen. Nou ja, ook niet raar. Ik begraaf mijn kat in de tuin, maar als je geen tuin hebt…. Aan de andere kant, in Wilhelminaoord heeft iedereen toch een tuin?

Afbeelding
Overigens, al die plaatsnamen hier, Wilhelminaoord, Frederiksoord, Willemsoord, stammen van de Koloniën van Weldadigheid, vroeg 19e eeuwse ontginningscentra waar paupers uit de grote steden een kans werd geboden op een nieuw bestaan. Ze moesten daarvoor wel keihard werken op de heide en in het veen. Dit was een vroege vorm van georganiseerde armenzorg, met als doel die mensen duurzaam verder te helpen. Maar het had ook elementen van dwangarbeid. Vanuit Christelijke hoek kwam daar kritiek op, want het verheffen van arme mensen gold als ongeoorloofd ingrijpen in gods ordening.

Afbeelding
Toen ik vanuit westelijke richting Vledder inreed zag ik uit mij ooghoeken deze barakken, en ik dacht: het lijkt Westerbork wel! Ik zat er niet ver naast, want dit zijn de laatste overblijfselen van een werkkamp uit de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd voor de oorlog door de Nederlandse overheid gebouwd voor de werkverschaffing aan werklozen. Vanaf 1942 werden hier joodse mannen naartoe gebracht om ze te laten wennen aan de ‘tewerkstelling in het oosten’, een grove Duitse misleidingsactie. Toen in 1943 alle joodse ingezetenen naar de gaskamers getransporteerd waren werd het een kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst, een vorm van dwangarbeid voor jonge Nederlandse mannen. En na de oorlog werden er achtereenvolgens NSB’ers en jeugdige delinquenten opgesloten. Multifunctioneel zo’n kamp. In het verhaal van morgen komt dit kamp ook nog terug.

Afbeelding
In Vledder heb ik de dagelijkse boodschappen gedaan. Op het buurthuis zag ik deze sticker. Coronahumor, of Drentse zelfstigmatisering?

Afbeelding
De laatste etappe van vandaag leidt van Vledder via Doldersum naar Zorgvlied. Ik maak nog even het prachtige avondlicht mee op de Doldersummerveld. Het lijkt zo de savanne wel. Snel doorfietsen voordat de leeuwen me in de gaten krijgen!

Afbeelding
Op het kampeerterrein in Zorgvlied ben ik ook weer de enige. Na een warme douche verschans ik me in een leeg houthok. Ik vind een vuurkorf en een pallet en maak daarmee een reflectorvuur: een deel van de warmtestraling wordt via de reflector teruggekaatst en verhoogt daarmee het rendement. Mensen, wat een luxe: droog, uit de wind en lekker warm. Kom maar door met mijn dagelijkse Belgisch biertje!

Wordt vervolgd.
Weer een mooi verhaal, Huib. De Achterweg in Genemuiden komt bij mij over enkele dagen aan bod, met een foto van bijna dezelfde plek ;-).
Dankjewel Kees. Ja, heel geestig, deze toevallig overlappende reisverslagen!


Dag 5: Donderdag 8 oktober, rondje Diever, 38km
Die nacht begint het weer te regenen, urenlang en hard. Maar ik lig lekker droog en warm in m’n tentje.

Afbeelding
’s Ochtens heb ik echter moeite om m’n tent uit te komen. De ingang is half versperd door een enorme bel met water.

Afbeelding
Op de tarp blijkt zich een grote plas water gevormd te hebben. Hm, toch een beginnersfoutje qua tarp opzetten. Maar goed ik ben al lang blij dat de dunne lichtgewicht penharingen het gehouden hebben.

Afbeelding
Dus als eerste toch maar even m’n tarp anders opgezet. Zo staat hij steiler en kunnen zich geen plassen meer vormen. En oja, de gele vlag met de K betekent bij de NTKC dat je kampmeester bent. De eerste die aankomt is de baas, wat vooral betekent dat je water en licht moet aanzetten en de administratie moet doen. Nou ja, ik was in m’n eentje, dus dat hield niet veel in, maar als het in de zomer druk is, heb je d’r soms wel even werk aan.

Afbeelding
Vandaag fiets ik een rondje door Drenthe. Ik ken Drenthe eigenlijk heel slecht, dus dit is een mooie gelegenheid. Alleen het regent, de hele nacht al en het is nog niet echt droog geweest. Ondanks de donkere grijze lucht is het landschap mooi. Fraaie weggetjes door de uitgestrekte heidevelden van het Drents Friese Wold.

Afbeelding
Dat landelijke heeft ook z’n nadelen. Niet dat je tussen de koeien door moet slalommen, maar wel dat je blij bent met je spatborden, omdat de stront anders om je oren vliegt met dit natte weer.

Afbeelding
Midden op de Doldersumse Heide tref ik weer een oorlogsmonument. Het werkkamp in Vledder waar ik gisteren langsfietste werd aan het eind van de oorlog overvallen door het verzet. Tientallen tewerkgestelden ontsnapten. De inderhaast opgetrommelde Duitse politie-eenheden grepen zeven ontsnapten op deze plek en schoten ze neer. Zes overleden en één raakte invalide. Zo heeft ook op de mooiste plekjes de grootste ellende plaatsgevonden.

Afbeelding
Als ik verder rijd naar Diever begint het steeds harder te regenen. Het komt nu echt met bakken uit de hemel, en voor het eerst tijdens deze fietsvakantie (en ik heb toch al heel wat regen gehad) voel ik dat mijn regenkleding door gaat lekken, eerst op mijn rechterknie, dan ook in mijn ellenbogen en mijn linker schouder. In Diever vlucht ik daarom het plaatselijke eetcafé in en trakteer mezelf op droog, warm, bokbier en een uitsmijter met alles erop en eraan. Maar na een uur ofzo, ga ik toch maar weer verder. Eerst wat boodschappen doen in Diever en dan maar terug naar het kampeerterrein. Want het giet nog steeds.

Afbeelding
Op de terugweg zie ik een bordje “onderduikershol”. Dan moet ik even kijken, natuurlijk. Het hol is gereconstrueerd, maar was in de winter van 1943-44 een schuilplaats van het verzet, diep in de bossen van het Drentse Wold. Uiteindelijk is de schuilplaats verraden en de bewoners zijn opgepakt en omgekomen in Duitse kampen. Aangezien het nu even droog lijkt besluit ik nog een leuk ommetje maken over de Drentse hei. Maar nog geen half uur later giet het weer van de regen, en ik voel mezelf nat worden. Op naar de tent!

Afbeelding
Terug op het kampeerterrein verschans ik mijzelf weer in mijn houthok en probeer mijn kleding aan mijn lichaam te drogen bij het vuur. Dat lukt wel, maar duurt even. Als je maar lang genoeg met je benen wijd blijft zitten wordt je zeem ook wel droog! Want ja, omdat het zo’n slecht weer zou worden had ik geen set droge reservekleren meegenomen (wel schoon ondergoed en koersbroeken, natuurlijk). Dat klinkt paradoxaal, maar als het voortdurend regent krijg je je kleren nooit meer droog. Je kunt dan wel droge kleren aantrekken, maar die worden dan ook nat, en dan zit je met twee sets natte kleren. Dus één: zorgen dat je droog blijft, en twee: als je nat wordt, je kleren drogen aan je lichaam. Maar dat laatste kan natuurlijk alleen maar als het niet echt koud is, of als je vuur hebt. En ik had allebei!

Afbeelding
Een touwtje gespannen onder het afdak en bij het vuur om m’n regenkleding over te hangen. Dat komt wel nauw, want je wilt geen gaten van vonken in je dure gore-tex spullen, maar ook wel een beetje warmte van het vuur, anders wordt het nooit droog.

Afbeelding
Dus vanaf een uur of drie ‘s middags zat ik lekker in m’n hok. Dat was geen straf. Terwijl het bleef gieten zat ik droog en warm, met een pijpje tabak en een Rochefort nr.10. Als je die op hebt wordt je vanzelf warm en rozig. En de avondpot schafte pasta met pesto en gebakken tomaatjes.
Dus ja, met 38km op de teller was dit een kort fietsdagje. Jammer van het weer, maar het was niet anders.

Wordt vervolgd.
Heel mooi verhaal weer :D

Mooi dat je aandacht besteedt aan de bekende en onbekende zaken uit WO2...
Leuk om te lezen! Veel daar in de buurt gefietst (voor mij niet ver weg), maar het onderduikershol nooit gezien.