Vervolgverhaal: fietsen in een coronajaar

Een nieuwe herfst en een nieuwe lockdown. Grote tochten zitten er de komende maanden niet meer in. Daarom ben ik mijn foto-archief ingedoken en herinneringen op gaan halen uit 2020. Voor sommigen misschien een rampjaar, maar voor mij vooral een gek fietsjaar. Heel anders dan voorzien, maar zeker geen verloren seizoen.

1. De lente

We hadden een prachtige fietstocht door het noorden van Spanje voorbereid. Heen en terug zonder te vliegen. Op 24 april 2020 zouden we naar Hoek van Holland zijn gefietst om de nachtboot naar Harwich te nemen. De volgende ochtend per trein verder naar Londen Liverpool Station, gevolgd door een fietstocht met koffiepauze naar Paddington Station, waar we een trein naar Plymouth zouden nemen. Zoiets hadden we al vaker gedaan, maar de rest van de reis was nieuw voor ons. Na een nacht op een camping bij Plymouth zouden we met de veerboot naar Santander varen.
Drie weken later zouden we terugreizen met de trein: van Hendaye via Parijs naar Amiens en een dag later van Amiens terug naar huis.
Alle benodigde tickets hadden we al ontvangen, toen de coronacrisis uitbrak. Spanje ging op slot en al gauw waren ook Engeland en Frankrijk geen landen meer waar je op vakantie zou willen gaan.

In Nederland kregen we een 'intelligente' lockdown, waarvan de maatregelen per veiligheidsregio verschilden. Brabant en Limburg kleurden rood op de dagelijks bijgewerkte coronakaarten. In Zeeland en enkele andere regio's gingen alle hotels, pensions en appartementen dicht voor vakantiegangers. Elders waren sommige campings nog open voor campers en caravans met een eigen toilet, maar niet voor fietsers met een tent.
Van de drie vakantieweken die Corrie had opgenomen, mocht ze er maar één voor een later tijdstip bewaren. Twee weken thuiszitten in de mooiste tijd van het jaar was voor ons echter geen optie. Bovendien was de kans om in de stadsdrukte rondom ons huis het coronavirus tegen te komen, groter dan op de fiets in een landelijke omgeving. Dus maakten we kort van tevoren een plan B: een fietstocht door Nederland via vakantiehuisjes en appartementen die we nog wel konden boeken. Zo konden we toch een mooie tocht maken in het noorden en midden van het land.


Zaterdag 2 mei 2020; fietsen van Amsterdam naar Bergen aan Zee; 65 km

Afbeelding

Eerst rijden we even de stad in om een opvouwbare koffiefilterhouder en een nieuw gastankje te kopen, zodat we onderweg altijd koffie kunnen zetten. Alle café' s en restaurants zijn immers dicht en ook 'coffee to go' bleek de laatste weken een schaars goed te zijn. Daarna fietsen we over beschutte fietspaden door de Brettenzone, een groene rafelrand bovenop het 'zand van Joop', dat hier een halve eeuw geleden tijdens het wethouderschap van Joop den Uyl op de bodem van de Spieringhorner Binnenpolder werd gespoten.
Dan volgt het Houtrakbos tussen Halfweg en Ruigoord, waar de geest van wat ooit een vrijgevochten kunstenaarskolonie was, nog niet helemaal terug in de fles lijkt te zijn.

Afbeelding

Er staat een stevige noordwestenwind, waar we in de polders tussen Assendelft en Heemskerk best wel last van hebben. Teer bladgroen, bermen vol fluitekruid en koolzaad, het gekwetter van vogels en het ontbreken van het hier gebruikelijke vliegtuiglawaai zorgen verder voor het ultieme lentegevoel. Als tiener heb ik hier veel gefietst (zie dit draadje), maar zelden was de genietfactor zo hoog als vandaag.

Afbeelding

In Heemskerk treffen we een gloednieuwe vinexburcht aan, waar in mijn tienertijd nog koeien graasden.

Afbeelding

In het verstedelijkte Heemskerk leggen we de saaiste kilometers van deze dag af, maar in de duinen keert de genietfactor weer terug. Hoe noordelijker we komen, des te ruiger het wordt.

Afbeelding

Tussen Wimmenum en Bergen aan Zee moeten we een colletje over: een hoogteverschil van 17 meter en een stijgingspercentage tot 6%. Als 13-jarige beklom ik deze bult voor het eerst tijdens een zelf uitgestippelde meerdaagse fietstocht: van IJmuiden naar mijn grootouders, die 85 km verderop woonden, in Hippolytushoef. Twee dagen later reed ik over een andere, iets kortere route weer terug. In mijn eentje, op een donkergroene kinderfiets met 24 inch wielen, zonder versnellingen, van het merk Stokvis, die ik op mijn 9e verjaardag had gekregen. Bijna een halve eeuw later is de Col du Wimmenum met een Rohloffnaaf goed te doen. Iets langer duurt de klim naar het Russenduin waarop Huize Glory is gebouwd: maar liefst 30 m boven zeeniveau met een helling van dik 5%.
In normale tijden zouden we in het Zeehuis (een van de natuurvriendenhuizen van het NIVON; er is ook een duinpan met plek voor enkele trekkerstentjes) onderaan dit duin hebben gebivakkeerd, maar dat is nu gesloten vanwege het gedeelde sanitair en de gemeenschappelijke keuken.
In Huize Glory hebben we een appartement op de zolder. Na de beklimming van het Russenduin zeulen we met onze fietstassen nog drie brandtrappen op. Dan installeren we ons op een zonovergoten balkon met uitzicht op zee. We zijn blij dat we hier drie nachten hebben geboekt.

Afbeelding

Afbeelding

(wordt vervolgd)
Dit doet ons goed Kees :D :D

Dirk
Zondag 3 mei; wandelen vanuit Bergen aan Zee; 14 km

Afbeelding

In 1916 werd begonnen met de bouw van Huize Glory op het Russenduin, in opdracht van August Janssen; een miljonair uit Baarn, die het als vakantiehuis wilde gaan gebruiken. De villa is gebouwd volgens de principes van de Amsterdamse School. Janssen heeft er weinig plezier aan kunnen beleven, want enkele weken na de voltooiing van het huis is hij overleden. Daarna was het huis onverkoopbaar omdat de voormalige grondeigenaren van het Russenduin hadden bedongen dat er geen bank, bordeel of sanatorium in gevestigd mocht worden. Bergen aan Zee moest van hen een chique badplaats blijven.
Pas tijdens de crisisjaren mocht er aan de regels worden getornd. In 1930 werd het huis verkocht aan de stichting Bio-Vakantieoord. Na een grondige verbouwing werd het in gebruik genomen als vakantiekolonie waar arme stadskinderen aan konden sterken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is de toren van het huis verhoogd door de Duitsers, om als radiostation en uitkijktoren in de Atlantikwall te kunnen gebruiken. Daarna werd het weer een vakantiekolonie tot omstreeks 1967, toen het aantal bleekneusjes te klein was geworden en de exploitatiekosten de pan uit gingen rijzen.
In 1970 nam de Unified Family - ook bekend als Verenigingskerk, die bestaat uit volgelingen van de Koreaanse zelfbenoemde messias Sun Myung Moon - het huis over en doopte het om in Huize Glory. Ook deze organisatie kon de exploitatiekosten niet opbrengen. Daarom worden er nu kamers en appartementen verhuurd aan toeristen. (Zie hier en hier voor de hele geschiedenis vanuit verschillende invalshoeken.)

Afbeelding

Het Russenduin waar Huize Glory op gebouwd is, heeft zijn naam te danken aan een mislukte invasie in 1799. Nederland was toen als Bataafse Republiek een vazalstaat van Frankrijk, dat in oorlog was met Groot-Brittannië en Rusland. De Britse marine en het Russische leger hadden in de zomer van 1799 samen een landing uitgevoerd op het strand bij Groote Keeten (iets ten noorden van Callantsoog). De eerste grote veldslag werd op 19 september in Bergen door de Bataven en Fransen gewonnen (zie hier). Een tweede aanval, die op 2 oktober in de duinen ten westen van Bergen werd uitgevochten, werd door de Russen gewonnen. Vier dagen later werden ze echter verslagen bij Castricum.
Waarschijnlijk zijn er bij de slag op 2 oktober duizenden soldaten gesneuveld, ongeveer op de plek van het huidige Russenduin. Aan het eind van de 18e eeuw werden de duinen bij Bergen nog geprezen als de best onderhouden duinen in het noorden van Holland, maar in een rapport uit 1824 worden deze beschreven als een troosteloze woestenij waar berkenbossen onder het zand verdwijnen. Aangenomen wordt dat de gevechten in 1799 een verwoestende invloed hebben gehad op de duinvegetatie. Jaren na de veldslag werden er in de duinen nog lijken van gesneuvelde soldaten aangetroffen, maar er zullen er ook heel wat onder het zand van het Russenduin zijn verdwenen (zie hier).

Wij besluiten om hier een dag te gaan wandelen. Eerst enkele kilometers noordwaarts over het strand. In een poging de voortdurende kustafslag tegen te gaan (sinds de 17e eeuw is de kustlijn hier al zo'n 300 m landinwaarts geschoven; zie hier en hier), zijn hier paalschermen geplaatst.

Afbeelding

Afbeelding

Na bijna 3 km bereiken we de Kerf, waar in 1997 een opening in de buitenste duinenrij werd gegraven zodat er bij stormvloed zeewater in een duinvallei kon stromen (zie deze video). Inmiddels is het gat weer grotendeels dicht gestoven. Nu zal de zee er alleen bij extreem hoog water, zoals in 1953, nog doorheen kunnen komen. Voorlopig tenminste, want door het afsmelten van ijskappen op Groenland en in het Zuidpoolgebied zal het zeewater het hier uiteindelijk toch wel gaan winnen van het stuifzand (zie hier).

Afbeelding

We lopen nog een stukje verder over het strand tot paal 30. Vanaf 1840 werden om de kilometer genummerde strandpalen langs de Hollandse kust geplaatst: nummer 1 in Huisduinen tot en met nummer 123½ bij de toenmalige 'Hoek van Holland' aan de monding van de Brielse Maas (de Nieuwe Waterweg moest toen nog gegraven worden). Tegenwoordig staan deze palen er om de 250 meter. Rijkswaterstaat gebruikte ze om metingen te verrichten toen er nog niet met gps-coördinaten werd gewerkt.
Omdat het strandpalenstelsel inmiddels achterhaald is, onderhoudt Rijkswaterstaat de palen niet meer. Bijna was besloten om alle palen langs de Nederlandse kust op te ruimen, maar vanwege de cultuurhistorische waarde en omdat het handig is om bij calamiteiten op het strand een herkenbaar paalnummer op te kunnen geven, heeft men de palen toch maar laten staan.

Afbeelding

Afbeelding

(wordt vervolgd)
Benieuwd. Zalig om zoiets te lezen
(vervolg van de wandeling op 3 mei)

Bij de strandopgang van Schoorl gaan we de duinen in. Even later lopen we door de uitgestrekte dennenbossen die hier in de 20e eeuw zijn aangelegd. Vooral in de crisjaren vanaf 1930 zijn er veel dennen aangeplant als werkverschaffing. Een van mijn opa's was zo'n arbeider die hier aan het werk werd gezet. Later zijn er ook loofbomen bijgekomen.

Afbeelding

Deze bosaanplant heeft het landschap hier grondig veranderd. De dennenaanplant maakte een einde aan ongewenste verstuivingen; precies wat de bedoeling was. Ook buiten het beboste gedeelte veranderde een open, dynamische wildernis van stuivende duinen in een door begroeiing gefixeerd duinlandschap. Natuurbeschermers gingen beseffen dat er zo helemaal geen jonge duinvalleien meer konden ontstaan.
Staatsbosbeheer wil nu weer wat herstellen van het vroegere duinlandschap met natte valleien en stuivende duinen. Om dat te bereiken, is er een plan gemaakt om de bossen die het dichtst bij zee liggen - slechts een klein deel van het totale bosareaal - te kappen. Het grondwater zal daar dan wat gaan stijgen en een deel van de duinen zal minder beschut worden tegen de gure, zilte zeewind.
Veel bewoners en bezoekers van dit gebied zijn echter gehecht geraakt aan de uitgestrekte bossen en zijn fel tegen de plannen van Staatsbosbeheer, wat blijkt uit de reacties die zijn achtergelaten op een boswachtersblog (zie hier en hier). Zoals: 'Ook voor mij als mens is dat naakte kale zand geen fijne plek om te vertoeven. Het ruwe landschap waar je bent overgeleverd aan de elementen kan ertoe leiden dat je als mens verhardt. Zou het door dat kale schrale landschap komen dat er zoveel oorlog is in de woestijn?' Boswachters zullen onder elkaar wel schik hebben om dit soort reacties, maar de omgang met recreanten wordt voor hen wel spitsroeden lopen.
Ook illustratief is een nieuwsitem van EenVandaag (zie hier). Daarin suggereert een voorzitter van de Duinstichting dat Staatsbosbeheer veel verder zou willen gaan dan de huidige plannen en zo'n beetje alle dennenbossen die hier in de 20e eeuw zijn geplant, weer weg zou willen halen. Daarna krijgt een provinciale bestuurder de kans om het natuurbeleid te verdedigen, maar dat doet ze niet erg overtuigend. Op de vraag welke planten en dieren terug zouden kunnen komen in een hersteld duinlandschap, moet ze het antwoord schuldig blijven. Geloofwaardiger komt het betoog van een oud-directeur van Staatsbosbeheer over, die er op wijst dat het verkopen van hout (o.a. voor omstreden biomassacentrales) elk jaar miljoenen euro's opbrengt en dat het kappen van bos dus ook een manier is om snel geld binnen te halen. Dat moest Staatsbosbeheer immers gaan doen tijdens het regime van Henk Bleker (zie hier; jawel, die Bleker van dat briefje aan Mauro (zie hier); tegenwoordig kan Henk het goed vinden met Thierry (zie hier).

De dennenbossen vormen overigens ook een risico voor de omwonenden. Sinds 2009 zijn hier enkele grote branden geweest, die zich zo ver uit konden breiden, dat delen van Schoorl en Bergen aan Zee geëvacueerd moesten worden (zie deze video). Californische toestanden, waarschijnlijk veroorzaakt door een pyromaan, al zijn natuurbranden hier geen zeldzaamheid. Het brandgevaar wordt groter met het heter en droger worden van onze zomers. En dennenbossen kunnen - meer dan loofbossen of open duingebied - branden als luciferhoutjes. Zouden deze dennenbossen onder de bewoners van Bergen en Schoorl dan nog net zo geliefd zijn als nu?

Een blik in het archief van de Topografische Dienst (zie Topotijdreis) is wel zo verhelderend. In 1900 was het duingebied hier nog arm aan bos. Opvallend zijn de hoge kale duinen ('blinkerts'), met daartussen vochtige valleien als Zwanenvlak en Ganzenveld. Het moet een schitterende woestenij zijn geweest, met wandelende duinen zoals in het Poolse Slowinski (zie hier). Voor de omwonenden was het vooral een bron van zandoverlast.

Afbeelding

Rond 1920 waren ten zuiden van Schoorl de eerste dennenbossen aangeplant. Ook is Bergen aan Zee nu op de kaart gezet, compleet met tramlijn.

Afbeelding

Zo'n 35 jaar later is de helft van de Schoorlse Duinen bebost. Ook is er een netwerk van wandel- en fietspaden gekomen.

Afbeelding

In 2005 is De Kerf op de kaart verschenen. Het bosareaal heeft nu zijn maximale omvang bereikt.

Afbeelding

Veertien jaar later is De Kerf dichtgestoven en is een klein gedeelte van het bos afgebrand - toevallig net een stuk bos dat anders gekapt zou zijn. Helaas is er ook een flink stuk heide verdwenen. In het noorden is het strand veel breder geworden als gevolg van zandsuppletie en de aanleg van een rij duinen voor de Hondsbossche Zeewering.

Afbeelding

Verder zuidwaarts gaan de Schoorse duinen over in het Noordhollands Duinreservaat. Hier zien we minder naaldbomen en meer loofhout, afgewisseld door open duin met plukjes hei. Heidevelden groeien alleen op kalkarm zand, dat in de duinen ten noorden van Bergen volop te vinden is. Ten zuiden van Bergen zijn de duinen juist rijk aan kalk, waardoor je daar geen heide aantreft, maar struiken die van kalkrijk zand houden, zoals duindoorn en meidoorn. Aan droog, zuiver duinzand kun je vaak goed zien of het veel kalk bevat: hoe minder kalk erin zit, des te witter is het zand.
Deze best wel abrupte overgang in de Noord-Hollandse duinen wordt de kalksprong of kalkgrens genoemd. Een verklaring hiervoor is de uiteenlopende herkomst van het duinzand. Ten noorden van Bergen is het zand afkomstig uit kwartsrijke en kalkarme afzettingen uit het pleistoceen, het tijdperk van de ijstijden. Dit zand is hier zowel door Noord-Duitse rivieren (zoals de Weser en de Elbe, die in de voorlaatste ijstijd westwaarts door het noorden van Nederland stroomden), door oprukkend landijs als door de wind vanuit het noordoosten van Europa naar de drooggevallen Noordzeebodem gebracht. Eeuwen later is een deel van dit pleistocene zand door zeestromingen naar de kust getransporteerd en door de wind verder opgestoven tot de noordelijke kustduinen.
Ten zuiden van Bergen is kalkrijker zand van jongere afzettingen uit rivieren als de Rijn, de Maas en de Schelde op de Noordzeebodem beland en vervolgens als bouwmateriaal voor de zuidelijke kustduinen gebruikt (zie hier). Ook schelpresten en de leeftijd van duinzand bepalen het kalkgehalte. Door eeuwenlange uitspoeling met regenwater lost kalk uiteindelijk op.

Afbeelding

Maandag 4 mei, eerste helft; fietsen vanuit Bergen aan Zee; 29 km

Afbeelding

Corrie is er achter gekomen dat de jas die ze nu draagt, ongeschikt is om mee te fietsen. Ze had het jack ergens gekocht omdat ze het er leuk uit vond zien. Nu blijkt het een waterdicht zweetjack te zijn met nul komma nul ademend vermogen. Leuk om mee te flaneren in de stad, maar niet om het Russenduin mee te bedwingen. Gewoonlijk neemt ze op fietsvakanties kleren mee waarvan de bruikbaarheid buiten kijf staat. Dit jaar is alles anders. Blijkbaar heeft dat ook effect gehad op de ongeschreven regels voor het inpakken van vakantiekleren.
Corrie wil nu een nieuwe softshell aanschaffen, maar dan wel eentje die mooi genoeg is om ook na deze vakantie te blijven gebruiken. Een andere optie, even met de trein heen en weer naar huis om daar de oude vertrouwde softshell uit de kast te halen, is zo kansloos dat ik die niet eens hardop uit hoef te spreken. Oude argumenten, zoals 'zonde van de tijd', hebben nu gezelschap gekregen van nieuwe, zoals 'neem alleen de trein voor noodzakelijke reizen' en 'steun winkels die het door de lockdown extra moeilijk hebben'.
Dus fietsen we vandaag naar Alkmaar; eerst via het fietspad door de duinen naar Bergen, waar de brem uitbundig staat te bloeien.

Afbeelding

In Alkmaar is een heuse buitensportmodeboulevard met pal naast elkaar winkels van Decathlon, Bever en de ANWB. Ik wacht in de virusarme buitenlucht en geniet van de lentezon terwijl Corrie de winkels afstruint. De Decathlon heeft betaalbare jassen, maar niet eentje die zij mooi en goed genoeg vindt om na deze vakantie nog eens uit de kast te halen. De Bever heeft een beter maar ook veel duurder assortiment. Helaas niet in kleuren waar Corrie blij van wordt. Vervolgens zie ik haar de ANWB-winkel instappen. Ik verwacht nog een lange mars langs alle mogelijke softshelldealers in de wijde omgeving van Alkmaar. Gelukkig komt mijn worst case scenario niet uit. Even later keert ze terug met een leuke paarsblauwe softshell.
"Precies wat ik zocht", zegt ze. "Deze is minder dik dan de zalmkleurige softshell die thuis in de kast hangt, dus ook geschikt voor mooi lenteweer."

We zijn weer vrij en fietsen via een andere route terug naar Bergen aan Zee. Bij Wimmenum bereiken we de duinrand en hebben we een weids uitzicht over de bollenvelden.

Afbeelding

Bij 't Woud nemen we, net als twee dagen terug, het fietspad door de duinen naar Bergen aan Zee. Daar zien we een duinmeertje vol paarden, die de jonge rietscheuten in het water erg lekker lijken te vinden.

Afbeelding

Direct na het paardenmeer volgt wederom de Col du Wimmenum. Boven wacht ons een schitterend uitzicht over kale duinen, een begroeide duinvallei en in de verte de zee. Hier geen dennenbossen zoals bij Schoorl. In het dorp Bergen was destijds veel verzet van kunstenaars tegen de aanplant van nog meer bomen in hun geliefde duinen. Na die protesten is men hier met de bebossing gestopt. Voor mij zijn deze ruige duinen tussen Egmond en Bergen de mooiste langs de Hollandse kust.

Afbeelding

Afbeelding

(wordt vervolgd)
Maandag 4 mei, tweede helft; wandelen vanuit Bergen aan Zee; 11 km

Afbeelding

De dag is nog maar half voorbij en er valt hier nog veel te zien. We stallen de fietsen bij Huize Glory, eten snel een paar boterhammen en doen dan onze wandelschoenen aan. Even later lopen we weer door het Noordhollands Duinreservaat naar het Bergerbos.

Afbeelding

Vlakbij boerderij 'De Franschman' - waarvan de naam herinnert aan de Slag bij Bergen in 1799 - steken we de geasfalteerde Zeeweg over en lopen we door de duinen ten zuiden van deze weg terug naar de kust. Na enkele kilometers staan we even stil bij een beeldje dat herinnert aan Victor Westhoff, een van de bekendste Nederlandse veldbiologen uit de 20e eeuw. Hij was auteur van het driedelige werk 'Wilde Planten', dat ook bij mijn ouders op de boekenplank stond. Ook was hij jarenlang iemand met gezag, zeg maar gerust een mastodont, in de Nederlandse natuurbescherming.
Onder het beeldje hangt een bordje met de tekst:

Hij observeert
Hij beschrijft de natuur
In al haar verscheidenheid
Telkens weer
Hij volgt de natuur


In 1945 schreef Westhoff een rede voor een congres van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) over natuurbeheer in Nederland. De NJN pleitte voor 'oernatuur' en was altijd tegen menselijk ingrijpen in natuurgebieden geweest. Andere organisaties, zoals Natuurmonumenten, waren juist voorstanders van het exploiteren van natuurgebieden, niet in het minst omdat ze de opbrengsten van o.a. riet, hout en eieren nodig hadden. Beide visies leken onverenigbaar en hadden steeds weer tot conflicten tussen natuurbeschermers geleid. Die natuurbeschermers waren vaak grote ego's. In het NJN-kamp zaten bijvoorbeeld de latere schrijvers Willem Frederik Hermans en Jan Wolkers, voorzitter van de club was Wim Klinkenberg, de latere communist en voorzitter van de journalistenbond.
Westhoff haalde met zijn rede de angel uit het conflict. Hij maakte duidelijk dat de natuur in Nederland alleen kan overleven met behulp van de mens: beheren in plaats van behouden. Ongerepte natuur kwam in Nederland bijna niet meer voor. Heidevelden, rietlanden, blauwgraslanden en zandverstuivingen waren immers ontstaan als gevolg van menselijke activiteiten, maar op een natuurlijke manier, zonder dat mensen dat bewust zo gewild hadden. Westhoff noemde dit 'half natuurlijk'. Zonder beheer zouden al die half-natuurlijke gebieden uiteindelijk in bossen veranderen.
Voor aangeplante dennenbossen had hij een simpele oplossing: "Lucifer erbij en de vlam erin" (zie dit interview).
Westhoff kon ook eenzijdig en star zijn. Hij was een echte botanicus, maar had helemaal niks met dieren. In dit artikel vertelt zijn biograaf Frank Saris: "Dan stond hij met zijn studenten over een vegetatieplotje heen gebogen. Als de vogelaar in het gezelschap ook even om zich heen keek omdat er interessante beesten langskwamen, werd hij uitgefoeterd."
Als kleinzoon van een dominee had Westhoff ook veel belangstelling voor religie. In zijn jeugd werd hij boeddhist. Vandaar ook misschien wel zijn stelling dat 'het protestantisme een betere basis voor natuurbescherming is dan het katholicisme, dat meer belangstelling heeft voor de culinaire waarde van natuur'.

Afbeelding

We lopen verder door prachtige half-natuurlijke kaalgegraasde en platgelopen duinen, terug naar onze zolderkamer met balkon op het Russenduin.

Afbeelding

Dinsdag 5 mei, overdag; fietsen van Bergen aan Zee naar Stroe; 54 km

Afbeelding

Vandaag zit ons verblijf in Huize Glory er op en fietsen we verder naar het Hoge Hollandse Noorden. Eerst weer een stuk door het Noordhollands Duinreservaat en de Schoorlse Duinen, die er ook vandaag schitterend bijliggen. Na enkele kilometers zien we dennenbossen bijna symbolisch plaats maken voor een oogverbindend wit loopduin.
Dan zien we een tegenligger - zo te zien een zeventiger - afstappen op een helling.
"Die is aan een e-bike toe", zeg ik.
"Hij hééft al een e-bike", constateert Corrie even later verbouwereerd. We vragen ons af hoe lang deze e-biker al onderweg is, als om 11 uur 's ochtends zijn accu al leeg blijkt te zijn.

Afbeelding

Van dichtbij wordt het loopduin steeds indrukwekkender. In 2010 is hier een deel van de begroeiing verwijderd en zijn wat stukjes dennenbos gekapt, waardoor een duin dat tot dan toe begroeid was, weer bloot kwam te liggen. Harde westenwind deed de rest. Sindsdien wandelt het duin elk jaar enkele meters landinwaarts. Inmiddels verdwijnt ook het fietspad regelmatig onder het stuifzand.

Afbeelding

Afbeelding

Op youtube zijn mooie luchtopnamen van dit gebied te zien:



In Groet is het koffietijd. Bij een bakker halen we taartjes en coffee-to-go, achter de kerk vinden een perfect bankje: in de zon en beschut tegen de wind.

Afbeelding

Na de luwte van de Schoorlse bossen volgt kaal polderland. De stand van de wieken van de Groetermolen - zo'n rubuuste binnenkruier, die je bijna alleen in Noord-Holland ziet - bevestigt wat we al voelden: de wind komt vandaag uit het noordoosten, precies de kant die wij opgaan. Windkracht 5 à 6, dat wordt buffelen.

Afbeelding

(wordt vervolgd)
Supertof vervolgverhaal :D
(vervolg van 5 mei)

Bij Burgervlotbrug steken we het Noord-Hollands Kanaal over via de vlotbrug waar dit gehucht zijn naam aan te danken heeft. De vlotbrug is een uitvinding van Jan Blanken, een waterbouwkundig ingenieur die de leiding had bij de aanleg van het Noord-Hollands Kanaal. Zo'n brug wordt geopend door het drijvende vlot, dat in het midden van de brug ligt, onder de op- of afrit te laten varen. In Nederland bestaan nog vijf van deze vlotbruggen, die allemaal aan dit kanaal liggen.

Afbeelding

In Burgervlotbrug staat ook de Windcentrale waar wij al jaren een aandeel in hebben. Corrie pakt haar smartphone en opent de app hiervan, die laat zien dat onze turbine vandaag op volle toeren draait. De Kop van Noord-Holland is er een geschikte plek voor. Het waait hier meestal harder dan elders, het rechtlijnige polderlandschap wordt niet heel erg aangetast door hoge ranke bouwsels en huizen staan op flinke afstand van de turbines.
Later op de dag zien we dat er in de Wieringermeer nog een groot aantal windturbines gebouwd wordt om genoeg stroom te kunnen leveren aan datacentra van Microsoft en Google. Daarin moet de cloud voor Afrika en het Midden-Oosten gaan draaien (zie dit artikel en deze video). Dat komt neer op levering van windenergie met Nederlands belastinggeld aan Amerikaanse techreuzen, die daarmee data aan Verweggistan kunnen leveren. Terwijl we die windenergie hier zelf hard nodig hebben en het al moeilijk genoeg is om in Nederland geschikte plekken voor windparken te vinden.

Afbeelding

Afbeelding

De Kop van Noord-Holland is zo rechtlijnig, omdat de polders ten noorden en westen van de Westfriese Omringdijk tussen de 16e en 20e eeuw na talloze bedijkingen aan de zee zijn ontfutseld en vervolgens planmatig zijn verkaveld. Het volgende kaartfragment (uit het archief van Zaanstad) hieronder laat goed zien waar de kustlijn in de Middeleeuwen heeft gelegen. De Noordzeekust lag toen een stuk westelijker dan nu. De Schoorlse duinen liepen noordwaarts tot aan Petten. Ten noorden van Petten werden duinen afgewisseld door stranden en slufters. Daarachter lagen kwelders en slikken, die naadloos overgingen in de Zuiderzee, waarvan de Zijpe een ondiepe uithoek was.

Afbeelding

In het najaar van 1421 vaagde de Sint Elisabethsvloed de kustduinen bij Petten grotendeels weg. Tien jaar later werd achter deze gehavende duinen een zanddijk opgeworpen, een verre voorloper van de Hondsbossche Zeewering. Ten noorden van Petten waren enkele grote gaten in de kust geslagen. Een deel van het weggespoelde duinzand kwam via deze gaten in het westelijk deel van de Zijpe terecht, die daardoor veranderde in een strandvlakte die alleen bij zeer hoog water nog overstroomde. Met een zware noordwesterstorm kon het water hier echter meters hoog opgestuwd worden. Daardoor is de Westfriese Omringdijk hier meer dan eens doorgebroken.
Om Westfriesland beter te beschermen tegen overstromingen, werd halverwege de 16e eeuw begonnen met het bedijken van de Zijpe. Voor die tijd was dit een megaproject. Pas bij de vierde poging in 1597 slaagde men er definitief in om met een zanddijk tussen Petten en Callantsoog en een zeedijk tussen Callantsoog en Schagen het 6600 hectare grote waddengebied helemaal af te sluiten van de zee. Het ingedijkte gebied bestond uiteindelijk uit 20 apart bemaalde polders, naast de kleine Hazepolder bij Petten. (Veel meer over het ontstaan van deze polders is hier te lezen.)
Hieronder is een kaart van de Zijpe- en Hazepolder te zien, getekend door Reinier van Persijn in 1665. Een grote versie van deze kaart, die in het Rijksmuseum hangt, is hier te vinden. (Ten opzichte van de kaart hierboven is deze kaart een flink stuk met de klok mee gedraaid.)

Afbeelding

De bodem van de Zijpe bestaat nog altijd voor een groot deel uit zand. Voor de bollenteelt is dat geen probleem. Fietsend over de Ruigeweg worden we steeds weer verrast door felgekleurde tulpenvelden. De grootste bollenstreek van Nederland ligt ook al lang niet meer tussen Haarlem en Leiden, maar in de polders van de Kop van Noord-Holland.

Afbeelding

Het is niet toevallig dat we voor de Ruigeweg hebben gekozen. Deze kaarsrechte weg is samen met de Korte Ruigeweg 12 km lang en - anders dan andere polderwegen in deze omgeving - rijk voorzien van hagen en houtwallen. Op de kaart uit 1665 zijn ze al te zien. Deze kaart laat ook zien dat er destijds nog flinke stukken duin ten noordwesten van de Ruigeweg lagen. Waarschijnlijk zijn de houtwallen hier destijds aangeplant om te voorkomen dat duinzand naar de andere kant van de weg zou waaien, waar de grond vruchtbaarder was omdat er meer zeeklei lag.

Afbeelding

Dankzij de houtwallen rijden we hier nu bijna een uur door een groene tunnel met doorkijkjes op de tulpenvelden. Van de harde tegenwind hebben we zo geen last meer. Ook als 13-jarige volgde ik de Ruigeweg al op mijn eerste fietstocht naar Wieringen. Toen was het een warme zomerdag en was ik blij met de schaduw van deze groene tunnel.

Afbeelding

Na Oudesluis is het even uit met de pret. Daar moeten we verder door de kale, winderige Anna Paulownapolder. Een paar eeuwen eerder waren al plannen gemaakt voor verdere bedijkingen in de Kop van Noord-Holland. Het meest ambitieus was dat van Jan Harmenzoon Pot, die al in 1629 het Koegras en het Balgzand in wilde dijken en Wieringen met bruggen vast wilde hechten aan het vasteland. Op de schets hieronder is ook een marinehaven ingetekend. (Het origineel was met het zuidzuidwesten naar boven getekend; voor de herkenbaarheid is het hier 180 graden gedraaid, met het noordnoordoosten naar boven, waardoor de tekst nu op z'n kop staat.)
Meer bedijkingsplannen zijn hier te vinden.

Afbeelding

Jan Harmenzoon Pot was zijn tijd wel erg ver vooruit. De marinehaven kwam er twee eeuwen later en pas in 1846 werd een veel kleiner deel van het Balgzand ingedijkt, de Anna Paulownapolder. Het is een kale polder gebleven. De eerste jaren bood de zilte en schrale grond weinig andere opties dan schapenteelt. Pas na de introductie van kunstmest kwam de polder tot bloei, totdat in de winter van 1916 de Amsteldiepdijk brak en de hele polder weer met zeewater volliep (zie hier).
Hier en daar staan nog wat arbeidershuisjes te wachten op ervaren klussers die op zoek zijn naar een vakantiewoning.

Afbeelding

Tot onze verrassing vinden we in het meest verlaten deel van deze polder een picknickbank in de luwte van een trafohuisje. In de verte zien we de bomenrijen van de Wieringermeer al boven de voormalige Zuiderzeedijk uitsteken. Daar kunnen we weer luw fietsen. Het tegenwindleed is nu bijna geleden.

Afbeelding

(wordt vervolgd)
(vervolg van 5 mei)

Een half uurtje later verruilen we de vlakke rechtlijnigheid van de polders voor de golvende wirwar van het voormalige eiland Wieringen. Op een oude wierdijk stuiten we op een kudde schapen.

Afbeelding

Corrie kan bellen, roepen en zwaaien wat ze wil, de schapen gaan geen duimbreed opzij. Stoïcijns grazen ze door, zonder ook maar te blaten of een scheet te laten. Echte eilanders, die niet wijken voor indringers van buiten. Voorzichtig lopen we met de fietsen tussen de schapen door. Een paar honderd meter verderop eindigt het dijkje bij een keileembult met wat huizen erop: De Hoelm.

Afbeelding

Op die keileembult zijn twee van mijn grootouders geboren. Toen zij op de wereld kwamen, stond je hier pal aan zee. Met helder weer kon je in de verte Medemblik zien liggen, bijna 17 km verderop. Alleen het dijkje met de schapen, een kanaal en een roeibootwrak roepen nog een vaag beeld op van een prachtig stukje Zuiderzeekust.

Afbeelding

Googlend naar informatie over De Hoelm vond ik hier een stukje familiegeschiedenis. Ik kom er de namen van mijn grootouders tegen: mijn opa Cornelis Metselaar werd hier in 1888 geboren als oudste kind uit de tweede leg van weduwe Aaltje en weduwnaar Jan. Jan had acht levende kinderen overgehouden uit zijn eerste huwelijk en Aaltje had er al vier. Met z'n allen vormden ze een fusiegezin in Aaltjes huis op De Hoelm, dat zo'n beetje uit z'n voegen moet zijn gebarsten toen de tweede leg nog eens vier kinderen opleverde. Mijn oma Trijntje Doves, die ook in 1888 was geboren, was een buurmeisje, dat in de winter van 1912 zwanger werd van mijn opa. In de lente zijn ze getrouwd en in oktober van hetzelfde jaar werd hun eerste kind geboren: de oudste zus van mijn moeder, die ik bijna een halve eeuw later als 'tante Trien' zou gaan kennen.
De Wieringermeer die zich nu voor de oude zuidkust van Wieringen uitstrekt, hebben mijn grootouders droog zien vallen toen ze al in de veertig waren. Mijn opa had er als visser vaak genoeg overheen gevaren. In de lente van 1945 voer hij opnieuw de Wieringermeer in om te helpen met de evacuatie, nadat Duitse troepen de polder onder water hadden gezet door een stuk van de IJsselmeerdijk op te blazen (zie deze aflevering van Andere Tijden). Kort na de bevrijding hebben ze in De Hoelm de Wieringermeer voor de tweede keer droog zien vallen.

Afbeelding
Zuidwesten van Wieringen in 1900 en in 1940
Afbeelding

Vandaag is het bevrijdingsdag. Bij sommige huizen wappert een vlag. Niets lijkt meer te herinneren aan het drama dat zich in de meidagen van 1940 op De Hoelm afspeelde, waarbij het hele gezin van de jongste zus van mijn opa omkwam (zie hier).
In het boek 'Mij krijgen ze niet levend; de zelfmoorden van mei 1940' (zie dit fragment) beschrijft Lucas Ligtenberg hoe Siemen Metselaar (een broer van mijn opa die ik nog als 'oom Siemen' heb gekend) in de nacht van 14 op 15 mei enkele schoten hoorde. Hij ging direct naar het huis van zijn zus en zwager. Wat hem daar aantrof, greep hem zo aan, dat hij het kanaal inliep. Met hulp van een voorbijganger wist Siemen weer op het droge te komen. Zwager Simon had zus Maartje en hun twee kinderen met een revolver doodgeschoten en vervolgens zichzelf met een andere revolver. Volgens mensen die hem gekend hadden, was Simon een zwaarmoedige man, die veel had gelezen over Duitsland en over concentratiekampen. Hij leek goed op de hoogte van wat de nazi's van plan waren. Een krantenbericht meldde later dat hij in een afscheidsbrief had geschreven dat zij 'kalm en rustig de dood ingingen, van familie en vrienden afscheid namen en dat men om hun dood niet moest treuren.'

We fietsen verder naar Hippolytushoef, het grootste dorp van Wieringen, met als meest markante bouwsel een robuuste kerk op een terpje. Rondom de kerk staan, schots en scheef, prachtig verweerde en bemoste grafstenen, uit de tijd dat glimmend graniet nog niet de norm was. Voor zover nog leesbaar, vaak met Wieringse achternamen zoals Lont, Rotgans en Koorn.

Afbeelding

Enkele kilometers verder bereiken we de Waddenkust bij de buurtschap Stroe, waar we een 'hotelchalet' hebben geboekt in een recreatiepark. Bij aankomst moeten we even bellen om iemand naar de receptie te laten komen. We blijken vandaag de enige gasten te zijn. De lockdown heeft veel annuleringen opgeleverd.
Het voorste deel van het park bestaat uit vakantiehuizen met fopgevels in een oud-Wieringse bouwstijl. Ons stulpje staat in het achterste deel en lijkt op een luxe trekkershut, maar wanneer we een blik op het interieur hebben geworpen, moeten we hard lachen om het hoge stacaravan-met-zigeunermeisje-gehalte. Het contrast met ons appartement in Huize Glory had niet groter kunnen zijn, maar voor een nachtje is het prima.

Afbeelding

Afbeelding

(wordt vervolgd)
Leuk om te lezen met mooie foto's. Noord Holland is voor mij eigenlijk best wel onbekend terrein, nooit verwacht daar nog bos aan te treffen. Had er buiten Amsterdam eigenlijk altijd een beeld van lange kale groene vlaktes bij :shock:
Een heerlijk reisverhaal, Kees, met een forse dosis historische geografie. Ik zit helemaal mee te genieten. Je voortdurend verwonderen over de geschiedenis van het landschap is ook heel erg mijn manier van fietsen.

Het interieur van je stacaravan is idd nogal barok, maar overstijgt toch de 'zigeunerstijl'. Aan de muur hangt namelijk een reproductie van één van de prachtige schilderijen van Lourens Alma Tadema, een Nederlandse schilder die als gevolg van het opkomend modernisme decennialang verguist werd, maar sinds een aantal jaren weer gewaardeerd wordt. Zijn schilderijen zijn inmiddels een fortuin waard.

Nog een vraag over de dramatische zelfmoord op Wieringen in 1940: Veel van de zelfmoordenaars van mei 1940 hadden een speciale reden om de nazi-bezetting te vrezen. Ze waren joods, of, zoals Menno ter Braak, openlijke critici van het nationaalsocialisme. Was daar bij jouw verre verwanten ook sprake van?
Huib2 schreef:
di 24 nov, 2020 11:14
Het interieur van je stacaravan is idd nogal barok, maar overstijgt toch de 'zigeunerstijl'. Aan de muur hangt namelijk een reproductie van één van de prachtige schilderijen van Lourens Alma Tadema, een Nederlandse schilder die als gevolg van het opkomend modernisme decennialang verguist werd, maar sinds een aantal jaren weer gewaardeerd wordt. Zijn schilderijen zijn inmiddels een fortuin waard.
Dankjewel voor deze verhelderende info. De wandversiering uit het 'hotel chalet' is een fragment van Tadema's schilderij 'Unconscious Rivals' uit 1893. Hij woonde toen al jaren in Londen. Hieronder een kopie van wikipedia.

Het schilderij heeft nu Bristol City Museum and Art Gallery als thuisbasis. Daar komt het vast beter tot zijn recht dan als aangesneden reproductie in een veredelde stacaravan ;-).

Afbeelding

Huib2 schreef:
di 24 nov, 2020 11:14
Nog een vraag over de dramatische zelfmoord op Wieringen in 1940: Veel van de zelfmoordenaars van mei 1940 hadden een speciale reden om de nazi-bezetting te vrezen. Ze waren joods, of, zoals Menno ter Braak, openlijke critici van het nationaalsocialisme. Was daar bij jouw verre verwanten ook sprake van?
Lang geleden heb ik mijn moeder er eenmaal heel kort iets over horen zeggen. Degenen die het meegemaakt hebben, zoals mijn grootouders en oudoom Siemen, waren al stokoud toen ik jong was. Ik weet er daarom niet meer van dan Lucas Ligtenberg heeft kunnen achterhalen. Hij schrijft: 'Dekker was volgens mensen die hem hebben gekend, een zwaarmoedige man. Hij had veel gelezen over Duitsland en over concentratiekampen. Hij leek goed op de hoogte van wat de nazi's in Duitsland van plan waren. Was er een verband met het werkdorp Wieringermeer (1934-1941)? Niet ver van De Hoelm bevond zich al in 1934 een kolonie voor joodse vluchtelingen bij Slootdorp, dat in een aflevering van het toenmalige polygoonjournaal Werkdorp Nieuwesluis werd genoemd. Het zou goed kunnen dat Simon Dekker op 4 oktober 1934 bij de opening aanwezig was.
Over het leven van Simon dekker is niet veel bekend. Hij was voor zijn trouwen met Maartje Metselaar al een keer eerder verloofd geweest. Haar naam is niet bekend, maar Dekker droeg die mee als een stille herinnering. Toen hij namelijk op zee aan het vissen was en enkele weken geheel onbereikbaar, overleed zij. Na zijn terugkeer hoorde hij het droevige nieuws. Zij was inmiddels begraven.[...]
Zijn daad was zo schokkend en onbegrijpelijk voor de nabestaanden dat die in de overlijdensadvertentie voor het gezin werd gekwalificeerd als 'mogelijk door een geestelijke afwijking' ingegeven
'.

Op Wieringen zelf waren weinig mensen joods. De familie van mijn moeder was, voor zover mij bekend is, overwegend doopsgezind. Wel was de doopsgezinde dominee Paulus Johan Lugt, die van 1941 tot 1945 in Hippolytushoef predikte, getrouwd met de joodse Carla Marianna Goudeket.
Mijn moeder heeft zich wel eens afgevraagd of haar opa Abraham Doves misschien joodse voorouders heeft gehad (zij was ook een van de weinige Wieringse meisjes met donker haar en bruine ogen). Volgens haar zou Doves o.a. in wijn hebben gehandeld en contacten in Frankrijk hebben gehad. Hij zou dus ook af kunnen stammen van Franse hugenoten. Online heb ik hier niets over kunnen vinden.
Dinsdag 5 mei, 's avonds; wandelen tussen Stroe en Oosterland; 8 km

Afbeelding

's Avonds maken we een wandeling langs de Waddenzee. Daar ligt al tientallen jaren een moderne zeedijk. Een halve eeuw geleden lag hier een lagere dijk, die aan de zeezijde beschermd werd door betonnen golfbrekers. Tusssen Stroe en Vatrop liggen er nog enkele.

Afbeelding

Langs de waddendijk treffen we weer stoere vierpotige Wieringers aan.

Afbeelding

Bij Vatrop wordt de waddendijk onderbroken door een hoge keileembult. Een magische plek voor Woodhenge: een rij houten kunstwerken met gaten erin. De kunstwerken zijn zo geplaatst, dat op de langste zomerdag (21 juni) de zon direct na het opkomen door alle gaten tegelijk zou moeten schijnen (zie hier).

Afbeelding

Afbeelding

Een stukje verder op dezelfde keileemrug staat de kerk van Oosterland. Deze heeft net als die van Hippolytushoef een torenspits die geheel uit bakstenen gemaakt is. Deze spits stamt uit de 17e eeuw en de rest van de toren uit de 13e. Nog ouder is het tufstenen kerkgebouw uit de 11e eeuw in de romaanse bouwstijl.

Afbeelding

Als kleuter kwam ik regelmatig in Oosterland omdat mijn grootouders er toen nog woonden. De komst van een nieuwe vissershaven in Den Oever had hen naar deze kant van Wieringen doen verhuizen, nadat de oude haven bij De Haukes de toegang tot zee was kwijtgeraakt door de afsluiting van het Amsteldiep en de drooglegging van de Wieringermeer.
We wandelen naar een oude kleiput langs de Waddenzee, met een mooi gezicht op het hogergelegen Oosterland. Hier werd vroeger keileem gewonnen, dat tijdens de voorlaatste ijstijd o.a. op Wieringen is afgezet. Keileem is een mengsel van zand, grind, leem en klei, dat door aangroeiend landijs is aangevoerd, opgestuwd en later ook nog eens platgewalst. Dankzij het keileem is Wieringen nooit weggevaagd door de zee, wat wel gebeurd is met het uitgestrekte veenpakket dat tot in de Middeleeuwen rond Wieringen heeft gelegen. Keileem is veel beter bestand tegen erosie dan los zand of klei. Het taaie spul bleek onmisbaar te zijn bij het voltooien van de Afsluitdijk (zie hier).

Afbeelding

Op de terugweg lopen we door Stroe, waar nog enkele karakteristieke boerderijen staan, waaronder het Wieringer Eilandmuseum Jan Lont. Vanwege de lockdown is dit nu alleen van buiten te zien.

Afbeelding

(wordt vervolgd)
keesswart schreef:
di 24 nov, 2020 14:36
Zijn daad was zo schokkend en onbegrijpelijk voor de nabestaanden dat die in de overlijdensadvertentie voor het gezin werd gekwalificeerd als 'mogelijk door een geestelijke afwijking' ingegeven
Dank voor je toelichting, Kees. Ja inderdaad, van wat je erover kunt zeggen klinkt het vooral als een familiedrama, en dat de Duitse inval de aanleiding was en niet de oorzaak. De laatste druppel in de volle emmer van een getormenteerde ziel.
Woensdag 6 mei; fietsen van Stroe naar Easterein; 55 km plus 27 km met de bus

Afbeelding

Op weg naar de Afsluitdijk fietsen we 's ochtends weer door Oosterland. Ditmaal staan we hier even stil bij de oude domineeswoning, waar de Duitse kroonprins na de Eerste Wereldoorlog vijf jaar als asielzoeker heeft gewoond totdat hij weer welkom was in Duitsland (zie hier en hier).
Dezelfde kroonprins kwam enkele jaren terug al op mijn pad langs de frontlijnroute in de Argonne, waar ik een bunker aantrof met de naam 'Abri du Kronprinz'. In dit forumtopic schreef ik: 'Kroonprins Wilhelm van Pruisen had een beetje pech in het leven [...]. Volgens Wikipedia had hij met zijn vader, de Duitse keizer Wilhelm II, een problematische relatie. Tijdens zijn verblijf in de Argonne liet hij de krijgsverrichtingen over aan zijn chefstaf en verschalkte ondertussen de ene Française na de andere.
Na de wapenstilstand vluchtte hij net als zijn vader, en tot diens ergernis, naar Nederland. Daar werd hij verbannen naar het eiland Wieringen. Uit verveling ging hij in de leer bij een hoefsmid in Hippolytushoef. Hij woonde in de voormalige pastorie van Oosterland [...].
In 1923 mocht de kroonprins terugkeren naar Duitsland, dat wel een republiek bleef. Hij was opportunistisch genoeg om zich achter de nazi's te scharen toen Hitler hem beloofde dat hij de monarchie zou herstellen zodra hij aan de macht zou komen. Pas toen de kroonprins besefte dat die belofte een wassen neus was, keerde hij zich teleurgesteld van de nazi's af. In 1945 was hij een van de vele bewoners van Berlijn die moesten vluchten voor het Rode Leger
'.

Afbeelding

De Afsluitdijk wordt grondig vernieuwd, waardoor fietsers er jarenlang niet op eigen kracht overheen mogen rijden. Wel rijdt er een fietsbus, die nog niet door de lockdown is stilgelegd. 'Fietsbus' blijkt vandaag een eufemisme te zijn voor een extra lange lijnbus, die helemaal niet aangepast is voor het vervoer van fietsen. Die van ons proppen we op een plek die voor rolstoelen en kinderwagens bedoeld is. De enige andere passagier is een man met een racefiets, die zijn fiets achterin het gangpad zet.

Afbeelding

Afbeelding

We genieten van de rit met de bus, die dankzij de werkzaamheden zo dicht mogelijk langs de IJsselmeerkant rijdt, waar anders een vluchtstrook ligt. Normaal fiets je hier tussen een hoge dijk en een lawaaiige snelweg, maar nu zitten we in een rijdende vogelobservatiehut. Eenden, ganzen, lepelaars en zilverreigers zien we op slechts enkele meters voorbijkomen.

In Korwerderzand kunnen we weer verder fietsen. Eerst een stukje langs de zeezijde, waar aan de horizon het Vlielandse Vuurboetsduin als een luchtspiegeling boven de Waddenzee lijkt te zweven.

Afbeelding

Het is hoog tijd voor koffie, maar ook in Friesland merken we de gevolgen van de lockdown. In Zurich is alles dicht en in Witmarsum vinden we alleen een Poiesz (deze tongbreker schijnt hier als 'puis' uitgesproken te worden) zonder coffee-to-go. Ook onze zoektocht naar een luw en zonnig bankje, waar we het zelf zouden kunnen zetten, levert niks op. In Burgwerd zoeken we verder en treffen we tot onze verrassing een 'teetúnsje selfhelp' aan, compleet met een weerstation. Deze dag kan niet meer stuk!

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

We fietsen verder over stille paadjes door het weidse landschap van de Greidhoek, langs terpdorpen met markante kerkjes, monumentale boerderijen met ulenborden - waarvan sommige helaas op instorten staan - en af en toe een windturbine.

Afbeelding

Afbeelding

Halverwege de middag zijn we al bij het vakantiehuisje dat we voor drie nachten hebben geboekt. We laten er onze bagage achter en fietsen nog een extra rondje over met schapenstront bezaaide paden langs enkele vogelobservatiehutten, waar we vooral veel ganzen spotten, maar soms ook kivieten en grutto's. De schapen lijken hier wat minder assertief dan die van gisteren. Wanneer ze ons aan zien komen, gaan ze op het laatste moment van het pad af. Ze hebben hier dan ook wat meer uitwijkmogelijkheden dan hun Wieringer soortgenoten op het dijkje naar De Hoelm.

Afbeelding

Een paar kilometer onder Wommels zien we achter grazende koeien een metershoge roestbruine grutto staan. Het is een creatie van beeldend kunstenaar Bert Denneman in een weiland van melkveehouder Murk Nijdam, die ook graag weidevogels op zijn land ziet, met name grutto's, waar het helemaal niet goed mee gaat. Rond 1960 broedden er in Nederland jaarlijks nog 120.000 gruttoparen (zie hier), in 2015 werd dit aantal op minder dan 40.000 geschat en ook 2020 is een ongekend slecht jaar voor deze vogel (zie hier). Van de wereldwijde gruttopopulatie broedt meer dan de helft in Nederland (zie hier), dus als er ergens wat moet gebeuren om deze vogel te behouden, dan is het hier.
Ook Murk Nijdam beseft dat en spant zich al jaren in om zijn land gruttovriendelijk te houden. Hij is nu 60 en heeft geen opvolger. Daarom is hij begonnen om zijn land te verkopen aan organisaties en particulieren die zijn werk veilig willen stellen. Zijn buren, ook veehouders, hadden zijn land waarschijnlijk ook wel willen kopen. “Maar dat is de bedoeling niet, want dan is het gebeurd met de vogels. Als je ziet hoeveel vogels er bij mij op het land zitten en bij hen ... Dat zegt genoeg”, zegt hij in dit interview.
Ook schrijver Tommy Wieringa schreef een column over deze grote vriendelijke reus.
Niet ver hier vandaan woont nog een stel gruttoboeren, Bote en Astrid de Boer. Zij zijn op zoek naar een beter verdienmodel en dat heeft nogal wat haken en ogen (zie dit artikel).

Afbeelding

(wordt vervolgd)
Donderdag 7 mei; rondje fietsen vanuit Easterein; 53 km

Afbeelding

Ons onderkomen voor drie nachten is een rood kapelletje in het Kleine Paradijs, een weelderige tuin achter een boerderij. Verder zijn hier nog twee boomhutten, een paar blokhutten en een ark.
Binnen hebben we een eigen keuken. Douches en toiletten zijn in een apart gebouw, dat we delen met andere gasten. Voor het smalle paadje dat daarheen gaat, vermeldt een bordje dat degenen die terugkomen van het sanitair, hier voorrang hebben. Ook is op de deuren een kartonnen bordje aangebracht met de tekst 'bezet' aan de ene, en 'vrij' aan de andere kant. Zo'n bordje moeten we elke keer omdraaien bij het binnenlopen of verlaten, zodat er nooit meer dan één persoon tegelijk in een sanitaire ruimte is. Het systeem is echter niet genderneutraal gemaakt. Daardoor mogen Corrie en ik nu niet een zelfde douche en toilet gebruiken, maar moeten we een dames- of herenruimte delen met andere gasten van hetzelfde geslacht. Er zal wel lang over nagedacht zijn, maar echt coronaproof is het niet. Campings met dit soort voorzieningen mogen nu alleen gasten met eigen sanitair ontvangen. Daarom kunnen wij nu niet op een camping terecht. Wat niet wegneemt, dat we dit een prachtig plekje vinden.

Afbeelding

De ochtend brengen we door in de tuin met krant lezen en koffie drinken. Dan fietsen we naar Sneek, waar we boodschappen doen en op zoek gaan naar een mooie picknickbank. Dat laatste valt vandaag niet mee. We zijn hier niet de enige fietsers en alle terrassen zijn dicht, zodat rond lunchtijd velen op zoek zijn naar mooi gelegen bankjes die in de zon staan. Voorbij IJlst vinden we er een die aan onze criteria voldoet.

Afbeelding

We fietsen verder langs de Oudegaaster Brekken...

Afbeelding

...en door Allingawier...

Afbeelding

...naar de oude hanzestad Bolsward met zijn grachtjes en uit de kluiten gewassen Martinikerk met zadeldaktoren.

Afbeelding

Na Bolsward fietsen we een stukje langs een weg met de naam 'Middelzeedijk'. Die naam verwijst naar een grote inham van de Waddenzee, die in de 12e eeuw nog tot aan Bolsward liep en in de eeuwen daarna stukje bij beetje dichtslibte en ingedijkt werd.

Afbeelding

Tegenwoordig is de voormalige Middelzee tussen Leeuwarden en Bolsward te herkennen als een kale strook weilanden waarin terpdorpen ontbreken. Met een beetje mazzel kun je hier de Friese variant van het zebrapaard, oftewel sebrahynder, aantreffen (zie deze video). Niet te verwarren met een zorse.

Afbeelding

's Avonds nemen we ons eten mee naar een aanmeerplek achter in de tuin, waar we blijven zitten tot de zon achter de horizon gezakt is.

Afbeelding

Dan wordt het weer tijd om de bedstee in het rode kapelletje op te zoeken...

Afbeelding

...naast een wand met stichtelijke tegelspreuken, zoals het hoort in een kapel.

Afbeelding

(wordt vervolgd)
Mooie afleveringen weer, Kees.
Vrijdag 8 mei; rondje fietsen vanuit Easterein; 65 km

Afbeelding

Ook vandaag brengen we de hele ochtend koffie drinkend en kranten lezend in de tuin van het Kleine Paradijs door. Ik stippel een nieuwe middagtocht uit die opnieuw langs de Oudegaaster Brekken komt, maar via een heel andere route. Die brengt ons eerst naar Nijland, een dorp met een markante kerk, die voor de verandering niet op een terp is gebouwd. De naam Nijland zegt het al: dit dorp is in het nieuwe land gebouwd, op een kruising van wegen in het zuidwestelijke deel van de drooggevallen Middelzee.

Afbeelding

Bij Wolsum trekt een moderne boerderij alle aandacht. Alles lijkt hier in het teken lijkt te staan van 'groot', 'hoog' en 'zichtbaar'. Drie enorme silo's staan als opgestoken middelvingers naast een grote grauwe stal. Aan deze kant van die stal is geen enkele poging gedaan om het visuele effect ervan met bomen en struiken nog enigszins te verdoezelen, integendeel. Het enige groen dat het maaiveld hier mag bedekken, is kort gehouden raaigras. Blijkbaar wil de trotse eigenaar dat iedereen die vanuit Wolsum hier langskomt, goed kan zien wat hij allemaal uit de grond heeft gestampt.

Afbeelding

Wat we hier zien is geen uitzondering. Vergelijk de topografische kaart uit 1990 met die van 2019 (zie topotijdreis) en je ziet gelijk dat er in de laatste 30 jaar tijd niet alleen flink is uitgebreid bij bestaande boerderijen, maar dat er ook nieuwe bedrijven zijn gebouwd op plekken waar nog niet zo lang geleden onbebouwde weilanden waren, zoals hier bij Wolsum.
Op de kaart van 2019 heb ik zowel nieuwe boerderijen als uitbreidingen van bestaande bedrijven omcirkeld.

Afbeelding
Kaart uit 1990

Afbeelding
Kaart uit 2019

Journalist en Frieslandkenner Geert Mak schreef in 2013 al over de 'Brabantisering' van het Friese weidelandschap (zie hier): 'Waar drie decennia geleden horen en zien je verging als je door het land liep, waar je nog maar een jaar of zeven geleden om half vijf wakker werd van de vogelherrie, daar hoor je nu nog slechts een enkele grutto of kiviet en, heel zelden, een leeuwerik. De schokkende statistieken en voorspellingen van de vogeltellers zijn anno 2013 realiteit geworden.
Een soortgelijk proces speelt zich af als het gaat om het uiterlijk van het Friese landschap. Ook dat proces voltrekt zich grotendeels in stilte, ook dat proces wordt, zo valt te vrezen, pas door het grote publiek opgemerkt als het te laat is. Ik doel hiermee op de Brabantisering van Friesland, en met name het vlakke karakteristieke Friese weidelandschap, de zogenaamde Greidhoek
.'
In dit interview zegt Mak: 'De afgelopen twee, drie decennia is dit van oorsprong heel mooie klassieke cultuurlandschap met prachtige terpdorpen behoorlijk aan gort geholpen. Een kennis van me in Jorwerd wilde een fietsenhokje neerzetten, nou, de gemeente lag meteen dwars. Maar elke boer die een joekel van een stal in het landschap wil flikkeren krijgt binnen drie weken toestemming. Dan moet hij er wel bomen omheen planten, maar die regel wordt nergens gehandhaafd. De Greidhoek wordt één groot agrarisch industrieterrein waar babymelkpoeder voor de Chinese markt wordt geproduceerd. Goddank begint er nu wel een tegenbeweging op gang te komen.'

Ook op de hoogtekaart van Nederland zijn de silo's goed te zien als dikke gele stippen, beter zelfs dan de nabijgelegen kerktoren van Wolsum.

Afbeelding

Ik vraag me af waar deze silo's mee gevuld zijn en ga op zoek naar informatie. Het blijkt een melkveebedrijf te zijn. Er is één google-review in ietwat slordig Nederlands: 'Mooie bedrijf het beste voer kom uit de torensilos'.
De zoekwoordencombi 'silo's' en 'Wolsum' levert zowaar een lanceerlocatie op. Nu wordt het spannend. Zouden dit raketsilo's zijn, zoals in de Koude Oorlog? Uiteindelijk beland ik op de site van de Dutch Rocket Research Association. Heel even krijg ik associaties met engerds van de NRA en blokkeerboeren van de FDF, maar de DRRA lijkt een hopelijk wat gezelliger clubje van modelraketbouwers te zijn: 'Omdat DRRA leden verspreid door het land wonen, heeft onze modelraket vereniging geen clubgebouw en lanceren de leden hun modelraketten op een daarvoor geschikt terrein in hun omgeving (tussen de koeien en ‘t groene gras), of op onze lanceerterreinen in Almere, Laren en Wolsum'.

In het volgende dorp, Blauwhuis, vinden we een mooie bakkerij, die me doet denken aan de bakker die we tijdens de Hemelvaarttocht van 2017 (zie hier) in Menaam aantroffen (en die sinds kort helaas voorgoed gesloten is). We waren het bijna vergeten, maar een bordje herinnert ons weer even aan de coronacrisis.

Afbeelding

In Greonterp willen we het verse brood op gaan eten bij het fraaie klokhuis, dat in 1822 gebouwd werd op de plek van de afgebroken dorpskerk. Deze plek was perfect geweest als niet een van de omwonenden aan het klussen was. Windgeruis en vogelgetjilp worden nu ruw verstoord door een gierende schuurmachine. Nog net geen brullende bladblazer of krijsende koter, maar dit gaat het niet worden. Op naar het volgende bankje...

Afbeelding

Een betere picknickplek vinden we bij een ijzeren grutto die vanaf een paaltje een vogelbroedterrein observeert.

Afbeelding

Afbeelding

Hier hoeven we niet lang te zoeken naar een paar grutto's. Naast ons staat een vogelwachter uit Oudega, die hier regelmatig komt observeren. 'Vroeger zag je ze overal', zegt hij. 'Nu alleen nog op plekken zoals hier.'

Afbeelding

(wordt vervolgd)
fijn om dit verslag te lezen.

Afbeelding
is dat een zeard of een pabra? :D
Of een roetveegpaard?